De Paracetamolmoorden

Zevenendertig jaar geleden overleden in Chicago en omgeving zeven mensen door het innemen van capsules met de pijnstiller paracetamol die met cyanide vergiftigd waren. Wie was de dader?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

De artsen van de spoedafdeling van het ziekenhuis in Elk Grove, dichtbij Chicago, dachten dat de 12-jarige Mary Kellerman door een beroerte getroffen was. Ondanks alle pogingen was het meisje echter niet te redden. Dat was vroeg in de ochtend van woensdag 6 oktober 1982. Kort daarna overleed de 27-jarige Adam Janus op de spoedafdeling van het ziekenhuis in Arlington Heights, eveneens in de omgeving van Chicago – waarschijnlijk, zo dachten de artsen, aan de gevolgen van een hartinfarct.

Toen gebeurde er iets merkwaardigs. De broer en schoonzuster van Adam Janus werden later die dag naar hetzelfde ziekenhuis gebracht nadat ze bewusteloos waren geraakt terwijl ze in het huis van Adam samen met andere familieleden en vrienden bijeen waren om elkaar te troosten. Ook zij waren niet te redden. Drie slachtoffers in dezelfde familie op dezelfde dag.

Onwaarschijnlijk

Uit de verslagen van de ambulanceverpleegkundigen bleek dat de slachtoffers capsules Tylenol hadden ingenomen. Tylenol – generiek: paracetamol – was toen nummer één op de grote Amerikaanse markt van pijnstillende en koortsverlagende middelen, en was bij alle drogisten en supermarkten verkrijgbaar. Politieagenten namen de glazen potten Tylenol uit het huis van de familie Adams mee voor onderzoek. Het duurde niet lang of de scheikundigen ontdekten dat zich in de capsules grote hoeveelheden kaliumcyanide bevonden.

Johnson & Johnson, de fabrikant van Tylenol, werd ingelicht. Al in de ochtend van donderdag 7 oktober, stuurde de firma zo’n half miljoen alarmberichten aan artsen, tandartsen, ziekenhuizen, leveranciers en drogisten om hen voor het gevaar van het middel te waarschuwen. Een terughaalactie volgde – aanvankelijk voor de potten met hetzelfde productienummer als dat van de pot waarin de dodelijke capsules zaten, en dan niet alleen in Chicago en omgeving, maar in 31 staten.

De dodelijk capsules bleken afkomstig van een fabriek in de staat Pennsylvania. Men dacht aan de mogelijkheid dat op een of andere manier capsules tijdens het productieproces gecontamineerd waren geraakt – hoe onwaarschijnlijk ook.

Ondanks de ophef over de gebeurtenissen in de kranten en andere media, vielen er meer slachtoffers: zeven in totaal. Toen werd aan de hand van het productienummer van de pot Tylenol van een van de andere slachtoffers geconstateerd dat de capsules die deze had ingenomen van een fabriek in de staat Texas afkomstig waren. Er waren dus minstens twee fabrieken bij betrokken.

Waarom vielen er dan geen slachtoffers buiten Chicago en omgeving?

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-019-0012-2/MediaObjects/12496_2019_12_Fig1_HTML.jpg

De krantenberichten veroorzaakten bijna paniek.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-019-0012-2/MediaObjects/12496_2019_12_Fig2_HTML.jpg

James Lewis kreeg tien jaar gevangenisstraf wegens het versturen van een afpersingsbrief.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-019-0012-2/MediaObjects/12496_2019_12_Fig3_HTML.jpg

Na de moorden geen capsules meer: de ‘caplet’ van Tylenol was niet meer uit elkaar te halen en vervolgens weer te sluiten.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-019-0012-2/MediaObjects/12496_2019_12_Fig4_HTML.jpg

Excedrin, een concurrent van Tylenol, ging zelfs zijn glazen verpakkingspot in een blik beschermen.

Onderzoek van de dodelijke capsules maakte duidelijk dat het hier om een moordzaak ging. De waarschijnlijke werkwijze van de dader was heel eenvoudig. Je koopt een pot Tylenol en neemt deze mee naar huis. Daar haal je de twee delen van de capsules van elkaar. Je vervangt de paracetamolpoeder (of een deel daarvan) door cyanide en schuift de twee delen weer aan elkaar. Dan neem je de pot met de vergiftigde capsules mee terug naar dezelfde drogist of supermarkt (in verband met dezelfde productienummers) en zet je hem stiekem weer op de plank tussen de andere potten.

En dat was het probleem: vrijwel iedereen kon het doen.

Beurs

Agenten van maar liefst vijftien instanties op stads-, staats- en federaal niveau werden bij de zoektocht ingezet. Johnson & Johnson loofde een beloning van honderdduizend dollar uit voor aanwijzingen die naar de dader leidden. Gezocht werd naar de motivatie van de dader. Daartoe behoorden onder meer:

  • De dader was een werknemer van Johnson & Johnson die ontslagen was.
  • De dader kende persoonlijk een van de slachtoffers (bijvoorbeeld Mary Kellerman) en wilde haar om een of andere reden doden. Dus deed hij cyanide in de Tylenol in haar medicijnenkast. Maar om zijn daad te camoufleren, vergiftigde hij willekeurig de Tylenol bij een aantal drogisten.
  • De dader was een fabrikant van aspirine, die kwaad was op het grote aandeel van Tylenol op de markt van pijnstillers.
  • De dader had enorm veel opties voor Johnson & Johnson-aandelen gekocht en ging vervolgens de prijs daarvan manipuleren.

Inderdaad zakte de waarde van de Johnson & Johnsonaandelen flink op de beurs. Het verkoopaandeel van Tylenol op de markt van de pijnstillers daalde van meer dan een derde tot minder dan een tiende. Het bedrijf besloot alle Tylenol-capsules door het hele land terug te halen. Een maand later waren capsules Tylenol weer bij de drogist verkrijgbaar. Maar dan wel met een speciale, driedelige verpakking om doelbewuste contaminatie van het werkzame middel te voorkomen.

Van de zijde van het publiek kwamen veel tips over de mogelijke identiteit van de dader binnen. Maar alle sporen liepen dood.

Schuld

Johnson & Johnson ontving een in blokletters geschreven brief van iemand die zei dat hij de dader was en storting van een miljoen dollar op een bankrekening in Kansas City eiste – anders zou hij doorgaan met het vergiftigen van de producten van het bedrijf. Dit leidde tot de arrestatie in december van de zesendertigjarige James Lewis. Hij was bijzonder intelligent en ook excentriek. Hij had een zeer moeilijke jeugd gehad en werd een tijd in een inrichting opgenomen. Hij werd van een moord verdacht, maar er was onvoldoende bewijs. Hij werkte onder andere als belastingadviseur. Recentelijk was hij vanwege fraude veroordeeld.

Lewis gaf toe dat hij de brief aan Johnson & Johnson had geschreven. Maar hij zei dat hij niets met de vergiftiging van de Tylenol te maken had. Bovendien – zo verklaarden Lewis en zijn advocaat bij het proces voor de jury – was het zijn bedoeling niet om Johnson & Johnson af te persen. De bankrekening waarop het geld gestort moest worden was niet van hem, maar van de eigenaar van een reisbureau bij wie zijn vrouw had gewerkt en met wie hij flinke ruzie had omdat de eigenaar haar een aantal weken loon schuldig zou zijn die hij niet betaalde. De bedoeling van Lewis was om het leven van de eigenaar moeilijk te maken en hopelijk via de publiciteit ruchtbaarheid te geven aan diens (veronderstelde) oneerlijke financiële praktijken. De jury vond dit argument niet overtuigend. Lewis werd van afpersing schuldig bevonden en kreeg tien jaar gevangenisstraf.

Wie de dader van de Tylenol-moorden was, blijft een raadsel. Sommigen zijn van mening dat Lewis de boosdoener was. En er zijn een aantal andere hypothesen. In ieder geval kwam er op federaal niveau een reeks verordeningen met betrekking tot de verpakking van medicamenten die ze beter tegen wijziging van hun samenstelling beschermden.

Dit artikel is verschenen in TandartsPraktijk nr. 1, 2019.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.