Erwin Berkhout is nu een kleine twee jaar ACTA-hoogleraar Orale Radiologie en Digitale Tandheelkunde. Hij is daar al sinds 1998 als staflid verbonden aan de sectie Orale Radiologie & Digital Dentistry. In zijn werk is hij fanatiek, zegt hij zelf. Maar als zeiler geniet hij vooral van de ontspanning die hem de sport biedt.
Foto: Sander Loos
De jongere generatie vissers zal het niet meer herkennen, maar de oudere generatie weet het meteen. Als die het zeiljacht van Berkhout voorbij ziet komen en de naam Waterraaf lezen, dan leggen ze meteen het verband. Het is hun benaming voor de aalscholver, de grote concurrent van de visser omdat die zoveel vissen wegkaapt. ‘Net als de aalscholver is mijn boot ook donker van kleur’, zegt Berkhout. ‘En hij scheert door het water, net zoals die vogel laag over de golven.’
Het zeilen is hem met de paplepel ingegoten. ‘Ik heb het plezier al jong ervaren, want het is van generatie op generatie doorgegeven,’ vertelt hij. ‘Mijn opa en oma hadden in de jaren veertig al een zeilboot. Zij deden al aan toerzeilen toen dat nog lang niet zo populair was als nu. Mijn vader zeilde ook. Helaas is hij nu overleden, maar uit zijn erfenis heb ik mijn boot kunnen kopen, die toevallig van dezelfde ontwerper is als de boot die hij had. Als eerbetoon heb ik er de naam aan gegeven die mijn vader ook voor zijn boot had gekozen.’
Vrijheid en wijdsheid
Berkhout zeilt zomer en winter. ‘Ik hou van de combinatie van de vrijheid, de weidsheid van het water, de onafhankelijkheid en de verantwoordelijkheid die het biedt,’ zegt hij. ‘Het is technisch uitdagend, dat vind ik er ook mooi aan. Het navigeren, koers uitzetten, rekening houden met het getij, het weer en de wind. Het juiste moment van vertrek bepalen. Rekening houden met de grote scheepvaart, zeker op zee. Het is een soort puzzel die je legt.’
De Waterraaf is een zeewaardig kajuitjacht van twaalf meter. ‘Echte problemen heb ik nooit meegemaakt,’ zegt hij. Maar een probleem is natuurlijk ook pas een probleem als je geen oplossing meer hebt. Wel zijn er momenten waarop dingen anders – minder aangenaam – verlopen dan je had gepland. Bijvoorbeeld dat het weer onverwacht verslechtert of dat je aan de grond loopt als het eb wordt. Zulke dingen komen natuurlijk voor. Maar daarom hanteer ik het motto van mijn vader: zorg dat je voor elke situatie een plan B en C hebt. B voor als iets niet lukt en C voor als de stress echt hoog wordt doordat B ook niet werkt. Daar ben je eigenlijk continu mee bezig. Je houdt er bijvoorbeeld ook rekening mee dat je motor net uitvalt op het moment dat je hem nodig hebt. Daarom heb ik altijd mijn zeilen klaar en zorg ik dat ik ruimte heb om een draai te maken, weg van het gevaar. Niet de kant opzoeken waar de wind je heen waait, want dan kom je er niet meer uit.’
In zijn studententijd werd Berkhout zeilinstructeur. ‘Mijn zus zeilde en haalde me over om dat ook te gaan doen. Een goed idee van haar. Ik volgde de opleiding in Friesland, werd later ook instructeur van de instructeurs en eindverantwoordelijk opleider voor de zeilschool. Je leert er veel over didactiek. Iets wat me nu in mijn onderwijswerk voor ACTA goed van pas komt. Op die zeilschool is echt het zaadje geplant voor de lol van het lesgeven.’
Dat was anders gelopen als hij had gekozen voor werktuigbouwkunde, wat ook een optie voor hem was. ‘Maar ik zag tandheelkunde als een mooie mix van techniek en geneeskunde. En mijn eigen tandarts zei: loop eens een dagje mee, dan kun je zien of het iets voor je is. Ja dus. Na mijn opleiding mocht ik ook in zijn praktijk mijn eerste vlieguren maken. Hij werkte in de kamer naast de mijne en zei: “Doe het maar gewoon en roep mij erbij als je denkt dat het niet goed gaat.” Een heel prettige manier om het vak in te rollen. De techniek is ook nu natuurlijk nog steeds een onderdeel van het werk, maar het allerleukste vind ik de sociale component. Ik neem de tijd voor een gesprekje vooraf en achteraf met de patiënt. Dat is voor mij de lol van het vak. En ik leg mezelf ook de beperking op om geen dingen te doen waarvan ik weet dat ik er niet optimaal goed in ben.’
‘ Op de zeilschool leerde ik veel over didactiek, wat me in mijn onderwijswerk goed van pas komt.’
Heerlijke afleiding
Met een vriend – geen tandarts – doet Berkhout ook mee aan zeilrally’s. Een favoriet is de Duohanded. Hij vertelt: ‘Die is ooit ontwikkeld door Reid de Jong, de laatste vuurtorenwachter van Workum. De kern is het onder controle houden van de boot onder alle omstandigheden. De opdracht – drie tot vier dagen – ontvang je bij de start in een afgesloten koker, dus je kunt je niet voorbereiden. De instructie in die koker geeft je opdrachten die je onderweg in een door jezelf uitgestippelde route moet uitvoeren. “Tel het aantal traptreden bij…”, “Vaar in een gesloten cirkel rond de zandplaat van…”, “Haal een stempel in je logboek in…”, dat soort dingen. Je houdt een logboek en een journaal bij en met een tracker kan de organisatie je voortgang controleren.’
Zo’n rally is een heerlijke afleiding van het dagelijkse werk, zegt hij. ‘Je bent echt los van alles. De 4G is natuurlijk ook beperkt als je op de Waddenzee of Noordzee zit. Maar alles valt al van me af als ik al de jachthaven oprij. Ook als ik alleen maar op de boot zit of wat klus, ervaar ik een gevoel van rust en vrijheid. En zeker ook bij die Duohanded. Of bij de 200 Mijls Solo, die je alleen doet en waarbij het om snelheid gaat.’ Korte baan wedstrijdzeilen heeft hem nooit aangetrokken. ‘Nee dat is me net iets te fanatiek. Zeilen is voor mij toch vooral een hobby. Fanatiek ben ik in mijn werk al.’
Voeling houden
Op dit moment is Berkhout nog mede-eigenaar van een tandartspraktijk in Loosdrecht. ‘Ik ben dat altijd blijven doen naast mijn werk bij ACTA omdat ik voeling wil houden met wat er speelt in het tandheelkundige werkveld,’ vertelt hij. ‘Maar nu overweeg ik toch om dat deel van mijn werk op een lager pitje te zetten.’
Daarmee blijft nog meer dan voldoende werk voor hem over in de tandheelkunde. Hij is hoofd van de afdeling Tandheelkundig Onderwijs en Algemene Tandheelkunde van ACTA. En hij hield in juni 2025 zijn oratie bij het hoogleraarschap Orale Radiologie en Digitale Tandheelkunde. Ook hierin is het de technologie die hem aanspreekt. Hij schreef in 1997 zijn eindscriptie over de ontwikkeling van gerobotiseerd boren en promoveerde op de vraag wat digitale radiologie betekende voor de tandartspraktijk. ‘Nu begeleid ik promovendi die er ook mee bezig zijn,’ zegt hij. ‘En uiteraard gaat dat nu over AI, maar de onderzoeksopzet is vaak heel vergelijkbaar met die we gebruikten toen digitale radiologie nieuw was. In de röntgendiagnostiek van cariës haalt AI al redelijk het niveau van de gemiddelde tandarts. Op andere gebieden is het echter nog niet zo ver. De beschikbaarheid van pathologiebeelden waarop het model getraind moet worden, is beperkt en van veel beelden is geen gevalideerde diagnose bekend. Een radiolucentie in de kaak heeft een vrij lange differentiaaldiagnose, dus wordt het lastig om AI betrouwbaar ermee te trainen. Daarom onderzoeken we nu of generatieve AI kan worden ingezet om beelden te maken die niet van echt te onderscheiden zijn, als basis voor trainingsdoeleinden, zowel van AI als in ons onderwijs. Nog werk in ontwikkeling, want vooralsnog zit er geen variatie in de beelden zoals die er bij patiënten wel is. We moeten dus kijken hoe we de trainingsdata en het algoritme kunnen verbeteren. Hiervoor werken we samen met collega’s van de Universiteit van Amsterdam, met een model dat hyperbolische training van AI-algoritmes mogelijk maakt.’
Berkhout noemt dit werk onder de motorkap van de tandheelkunde. ‘Het klinkt heel theoretisch,’ zegt hij, ‘maar toch zie ik het niet als een niche waarmee wij bezig zijn. We sleutelen direct aan de kwaliteit van de diagnostiek. En diagnostiek is de basis van ons vak. Studenten zijn heel geïnteresseerd in die technologie, zegt hij. ‘Ze zijn opgegroeid in een gedigitaliseerde wereld dus ze zijn niet verwonderd over wat ermee mogelijk is, ze vinden het gewoon logisch. Natuurlijk zit daar ook een gevaar in. De AI is echt nog niet zo goed dat die de menselijke diagnostiek kan vervangen. Je blijft daarom als clinicus zelf verantwoordelijk en moet je goed bewust zijn van de beperkingen.’
Blijft met het hoogleraarschap op ACTA voldoende tijd over voor zeilen? ‘Eigenlijk niet,’ zegt Berkhout. ‘Het is ook niet iets wat je even een uurtje doet. Je bent al snel een dag weg. De periode rond mijn benoeming en tot de oratie was stormachtig en kostte heel veel tijd. Nu dat achter de rug is, hoop ik weer in wat rustiger vaarwater te komen. ’s Winters weer wat vaker naar de Sixhaven in Amsterdam, waar mijn boot dan ligt, en ’s zomers naar Lelystad. Van daaruit kun je alle kanten op.’
Frank van Wijck is als freelancejournalist en sinds 1988 gespecialiseerd in gezondheidszorg.
Erwin Berkhout spreekt op het TP congres 2026: AI in de tandartspraktijk
Professor dr. Erwin Berkhout is een van de sprekers op het TP-congres ‘Ai in de tandartspraktijk, van inzicht naar toepassing.’ Tijdens het congres ontdekt je hoe AI jouw dagelijkse praktijk concreet kan versterken. Je krijgt inzicht in actuele toepassingen, ziet praktische voorbeelden en ontvangt direct bruikbare handvatten om efficiënter te werken, werkdruk te verlagen en beter onderbouwde keuzes te maken. Kijk hier voor meer informatie.