Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘De holistische gedachte biedt een enorme verrijking voor de tandheelkunde’

Avatar
Frank van Wijck
Van topsporter naar tandarts naar acupuncturist, Martien Zeegers-Nouwen kan niet klagen over een saaie loopbaan. Wel bemerkt ze in haar huidige functie soms nog onbegrip vanuit de medische wereld. En dat betreurt ze, want ze ziet in haar praktijk veel patiënten die in de nasleep van een tandheelkundige behandeling met andere vragen komen dan de westerse gezondheidzorg kan beantwoorden.

De titel van de afstudeerscriptie die Zeegers schreef bij haar studie tandheelkunde in Groningen, droeg een voor die tijd – 1989 – opvallende titel: Slijmvliesafwijkingen in de mond als manifestatie van ziektes elders in het lichaam.

Ze legde dus al het verband tussen mondgezondheid en algemene gezondheid toen dat nog beslist niet heel gebruikelijk was.

‘Alleen de kaakchirurgen hadden er wel meer oog voor’, zegt ze, ‘het was dan ook een kaakchirurg die mijn scriptie begeleidde. Bij hem voelde ik de ruimte om met dit idee aan te komen. Al tijdens mijn studie dacht ik bij het zien van een probleem in de mond vaak: dit is geen lokaal probleem. Parodontologie werd gedoceerd puur als iets wat vroeg om een goede mondhygiëne. Maar hoe verklaar je met deze theorie juveniele parodontitis? Ik dacht toen: als je het gebit overal even goed schoonmaakt, waarom zit er dan op plek A wel een parodontaal probleem en op plek B niet? Waarom zijn er mensen met een slechte mondhygiëne die geen parodontitis ontwikkelen en mensen die het redelijk schoonhouden en dit wel plotseling krijgen? Hetzelfde geldt voor cariës, dat zie je vaak bij de eerste molaren. De westerse theorie was: dat komt omdat de patiënt daar niet goed schoonmaakt; en die molaren komen het eerst door, dus ze zijn het langst aan vuiligheid blootgesteld. Mijn idee was meteen: daar móet een ander probleem achter zitten dat niet lokaal traceerbaar en oplosbaar is. De holistische gedachte is zó mooi, die biedt net dat beetje extra wat ik in de tandheelkunde mis. Daarom vind ik ook dat recente nieuws zo fijn over het Rijnstate ziekenhuis dat een spreekuur complementaire geneeskunde opent.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0166-3/MediaObjects/12496_2018_166_Fig1_HTML.jpg

Martien Zeegers-Nouwen

Prachtig dat een reguliere instelling daarmee aan patiënten advies geeft over mogelijkheden buiten de reguliere curatieve zorg op basis van de kennis die daarover nu bestaat. De wil daartoe was er niet toen ik studeerde, je ziet dat nu langzaam in beweging komen.’

Signalerende functie

Zeegers mocht haar afstudeerscriptie schrijven over de holistische gedachte. ‘Maar ik moest me wel beperken tot de westerse geneeskunde’, zegt ze. ‘Niet dat ik dat toen erg vond hoor, het onderwerp was al interessant genoeg.’ Met de recente stellingname van de KNMT dat de tandarts een belangrijke signalerende functie heeft voor algemene gezondheidsproblemen van de patiënt kan ze het alleen maar eens zijn. ’Dat bestrijd ik op geen enkele manier’, zegt ze, ‘de vereniging heeft natuurlijk helemaal gelijk.’ De kritiek hierop van andere artsen noemt ze bekrompen. ‘Zelf loop ik ook nog steeds tegen datzelfde probleem aan als ik zeg dat lichaam en geest één is en dat problemen in de mond kunnen leiden tot pathologie in het lijf en vice versa. Dat protest van artsen is vooral angst: jij betreedt mijn vakgebied. Terwijl het juist zo mooi is als je bereid bent de grenzen van je eigen vakgebied te erkennen, en helemaal als je als vervolgstap bereid bent om te zoeken naar aanvullende mogelijkheden die misschien een ander kan bieden. Het is toch vreselijk als je patiënten naar huis moet sturen met de boodschap “U moet er maar mee leren leven?’”

Zeegers heeft in de loop der jaren geleerd voorzichtiger te zijn met hoe ze reageert op terughoudendheid van artsen om te erkennen dat er ook behandelmogelijkheden zijn die zij zelf niet kunnen bieden. ‘Je stoot mensen snel voor het hoofd’, zegt ze. ‘Terwijl het helemaal niet mijn bedoeling is om mensen te wijzen op hun beperkingen, die heeft acupunctuur net zo goed als de westerse geneeswijzen. Ik wil slechts laten zien dat er meer is dan de westerse geneeskunde. Maar dat blijkt moeilijk. Ik heb zoveel gesprekken gevoerd over samenwerking en gezamenlijk onderzoek. Op het laatste moment ging het dan echter steevast toch weer niet door. En ook nu nog steeds bemerk ik diezelfde terughoudendheid. Patiënten die hun positieve ervaring met acupunctuur vertellen aan hun behandelaar, krijgen als reactie nogal eens iets in de trant van “Ach, daar geloof ik niet in”. Dat soort verhalen hoor ik aan de lopende band.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0166-3/MediaObjects/12496_2018_166_Fig2_HTML.jpg

Met de Chinese apotheker in het Groningse acupunctuurcentrum

Acupunctuur na tandheelkunde

Zeegers ziet veel patiënten die voor acupunctuur komen in de nasleep van een tandheelkundige behandeling. Endodontologie gehad en nu hoofdpijn links.

Een extractie ondergaan en nu al twee jaar pijn in de wang. Aangezichtspijn en sinusitisklachten. Patiënten met dusdanig ernstige braakneigingen dat ze geen behandeling achterin de mond kunnen ondergaan. ‘Ik kan ook niet iedereen helpen’, zegt ze, ‘maar zo’n probleem met braakneigingen bijvoorbeeld is met één acupunctuurbehandeling opgelost. Ik heb dat wel eens tijdens een behandeling gedaan toen ik nog als tandarts werkte. Het is zo simpel aan te leren, en het is goud waard.’

Op basis van onderzoek kan Zeegers een tevredenheidsscore van tachtig procent claimen. ‘Dit betekent niet altijd dat de klacht volledig verdwenen is’, zegt ze, ‘maar ook een resultaat als “Ik slik geen pijnstillers meer” of “Hiermee kan ik heel goed leven” is al erg waardevol voor patiënten.

Een van de mooiste gevallen die ik heb meegemaakt betrof een kitesurfer met Bellse parese. Het surfen in de wind had die veroorzaakt: zijn gezicht stond scheef, hij kon zijn linkeroog niet dichtkrijgen en zijn mond hing. De acupunctuur deed de klachten volledig verdwijnen. Anders was hij aangewezen geweest op prednison en dat is toch vooral een verlegenheidsgeneesmiddel. “We weten het niet, laten we maar prednison proberen”.’

Verboden toegang

De fascinatie van Zeegers voor acupunctuur begon met het woord. ‘Ik was kind en ik vond het fascinerend’, zegt ze. De inhoudelijke invulling kwam tijdens haar studie tandheelkunde in Groningen.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0166-3/MediaObjects/12496_2018_166_Fig3_HTML.jpg

Martien vertegenwoordigde Nederland als freestyle skiër op de Olympische Spelen van 1988 in Calgary

Op de derde verdieping kwam een acupunctuurcentrum. ‘Strikt verboden voor ons studenten, dus extra aantrekkelijk’, zegt ze. ‘Ik stapte in de lift naar de derde verdieping, stapte daar uit en werd vriendelijk ontvangen door een Engelssprekende Chinees die me een vuistdik boek liet zien over tongdiagnostiek. Indrukwekkend vond ik dat.’

Toch verbond ze er nog niet direct conclusies aan voor haar eigen toekomst. Ze maakte haar studie af en ging aan het werk als tandarts. Eerst als waarnemer en negen jaar later met een eigen praktijk. ‘Ik vond het vreselijk’, zegt ze heel eerlijk, ‘het was een vergissing. Ieder half jaar kwamen patiënten binnen die ik op het eerste gezicht niet meer herkende, maar na één blik op hun gebit weer feilloos kon plaatsen. Het was me snel duidelijk dat ik niet aan het doen was wat ik wilde doen. Bovendien was ik een heel gemiddelde tandarts, beslist geen hoogvlieger. Ondertussen werd ik gefascineerd door de tongen van mijn patiënten en ontdekte ik dat iedere tong anders is. Ik herinnerde me dat dikke boek met acupunctuurbehandelingen in relatie tot de tongdiagnostiek en besloot: dit is het moment om acupunctuur te gaan studeren. In 1989 haalde ik mijn basisdiploma. Toen ik vervolgens weer wilde gaan kijken op die acupunctuurafdeling, bleek die verhuisd te zijn, uit het ziekenhuis naar ergens in de stad Groningen. Henk ter Meulen, mijn oude directeur tandheelkunde, deed open toen ik aanbelde, een beetje schichtig, maar hij liet me toch binnen.’

Eenmaal aanbeland op de kruidenafdeling trof ze wederom een Chinees, die in dit geval de apotheker bleek te zijn. Ze had zich goed voorbereid op het bezoek door een lijstje met Chinese kruiden te maken die ze wilde bestellen, en blijkbaar triggerde dat iets bij die apotheker. Al moest ze wel geduld hebben: een jaar later belde hij haar op met precies die vraag waarop ze had gehoopt: “Wil je hier komen werken?”

Topsport

Dan blijft natuurlijk de vraag over waarom ze eigenlijk in de eerste plaats tandarts wilde worden. ‘Dat wilde ik als zesjarig kind al’, zegt ze, ‘en ik kom ook uit een gezin waarin een academische opleiding wel als gangbaar werd beschouwd. Makkelijk was dat niet voor me, want ik ben dyslectisch, maar het is me toch gelukt.’

Ze had ook topsporter kunnen worden. Als freestyle skiër heeft ze het zelfs tot de Olympische Spelen in Calgary (1988) geschopt. ‘Nee echt niet’, zegt ze. ‘Dat skiën was eigenlijk en hobby van me, en Calgary kwam als een verrassing. Freestyle skiën was tamelijk nieuw in die tijd – pas twee jaar voor die Olympische Spelen kwam er een selectiebeleid. Je moest tot de top acht van de wereld behoren en bij de eerste vijf landen zitten. Ik viel binnen die criteria, dus mocht ik daarheen. Op zich heel leuk natuurlijk, maar het werd daardoor ineens allemaal zo belangrijk. Dat was nooit de bedoeling geweest en ik had daar ook geen lol in. Ik had geen trainer, geen mental coach, ik moest alles alleen doen. Ik bracht het er ook helemaal niet zo geweldig vanaf, daarvoor was ik veel te zenuwachtig. Daarom ben ik er ook mee gestopt, en ik heb zeker nooit overwogen om mijn studie ervoor op te geven. De universiteit steunde me trouwens wel, door me extra studietijd te bieden en financiële middelen. Dat vond ik heel mooi, maar na Calgary lag in wedstrijdskiën mijn hart niet meer. Ik ben daarna nog wel een keer met de kinderen gaan skiën, maar doelloos skiën is heel moeilijk als je het als topsport hebt gedaan.’

Dus werd het toch de tandheelkunde. En via de tandheelkunde de acupunctuur. Bestemming bereikt.

 

Dit artikel is verschenen in TandartsPraktijk nr. 10, 2018.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.