Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Horen, zien en niet langer zwijgen   

Onveiligheid in de mondzorgpraktijk is een onderwerp dat zelden hardop wordt besproken. In behandelkamers klinkt het geluid van instrumenten, in vergaderruimtes worden protocollen besproken, maar over grensoverschrijdend gedrag, hiërarchische druk en psychologische veiligheid blijft het vaak opvallend stil. Voor mondhygiënist Lieneke Steverink‑Jorna is dat stilzwijgen niet langer houdbaar.    
Beeld AI gegenereerd

Jarenlang werkte zij in uiteenlopende praktijken, en steeds opnieuw merkte ze hoe de veiligheid van zorgprofessionals onder druk kan staan. In haar boek ‘Een Boekje Open Mondzorg’ en in een openhartig gesprek vertelt ze over die ervaringen, niet om ophef te veroorzaken maar omdat het broodnodig is. Tijdens het interview valt direct op hoe dichtbij het allemaal nog zit. Wanneer het gaat over onveilige situaties in haar loopbaan, slikt ze even, kijkt weg en zegt: ‘Ik merk dat het alweer pijn doet.’ Het is een kleine zin, maar één die laat voelen dat onveiligheid zich niet zomaar laat afschudden. Dat het doorwerkt in het lichaam, in vertrouwen, in werkplezier. 

Lieneke Steverink: “Psychologische veiligheid is geen luxe, het is een basisvoorwaarde voor goed functioneren, zeker in de zorg.”
Luister hier de podcast met Sander Loos en Lieneke Severink!

Studietijd vol frictie 
De eerste barstjes ontstonden al tijdens haar opleiding. Ze was net zeventien, creatief, eigenzinnig, afkomstig uit een warme, vrije omgeving. In Nijmegen kwam ze terecht in een cultuur die strak, formeel en hiërarchisch aanvoelde. ‘Ik voelde me echt een vreemde eend in de bijt,’ vertelt ze. De kleding die ze droeg, wijde broeken, losse stijl, viel op. De manier waarop ze dacht: creatief, vooruitkijkend, botste soms met de zwart‑witregels van de opleiding. Een docent zei op de eerste dag: ‘Wij spreken jullie aan met “je”, en jullie noemen ons “u”.’ Voor Lieneke voelde het als een klap. ‘Mijn God, ik heb wat afgejankt,’ zegt ze. Ze voelde zich klein, onzeker, alsof ze opnieuw moest uitvinden wie ze mocht zijn binnen die muren. Toch gaf ze niet op. ‘Ik ben geen opgever,’ vertelt ze. En die vastberadenheid droeg haar door de opleiding heen, door alle praktijktoetsen, door de faalangst die ze overwon bij de psycholoog, door het besef dat ze dit vak wilde leren, maar dan wel op haar eigen manier. 

De praktijk als spiegel
Pas toen ze ging werken, werd duidelijk wat onveiligheid echt betekent. Het zijn niet altijd spectaculaire incidenten. Vaak zijn het kleine dingen: een blik, een opmerking, iemands houding. Uitingen die zich opstapelen en hun sporen achterlaten. Ze beschrijft hoe een tandarts, wanneer zij een inhoudelijke vraag stelde, zó dicht bij haar kwam staan dat hun gezichten elkaar bijna raakten. ‘Hij zei niets. Helemaal niets. Maar die stilte wás iets.’ Een onuitgesproken vorm van intimidatie. 

‘Werkweigering? Boren maar!’ 

Door een tandarts gezegd tegen Lieneke toen zij een onveilige opdracht weigerde. 

In een andere praktijk liep een tandarts tijdens pauzes achter haar langs en begon spontaan haar schouders te masseren. ‘Ik verstijfde gewoon,’ zegt ze. ‘Ik dacht alleen maar: dit klopt niet. Maar je zegt niets. Je lijf zegt alles, maar je mond blijft dicht.’  Soms was het directer. Een tandarts die haar in de gang opwachtte omdat ze door vertraagde treinen te laat was. Met zijn handen in zijn zij boog hij over haar heen en vroeg op harde toon wat ze dacht dat ze aan het doen was. ‘Ik moest huilen,’ vertelt ze. ‘Je voelt je zo klein, zo machteloos.’ Tijdens een kerstetentje maakte een praktijkeigenaar, zicht‑ en hoorbaar beschonken, seksueel getinte opmerkingen over vrouwen met rode lipstick en over assistentes die volgens hem wel érg actief waren op Tinder. ‘Het is alsof je als mens en professional even wordt uitgeschakeld,’ zegt ze. Alsof je rol gereduceerd wordt tot uiterlijk, tot grap, tot bijzaak. Maar grensoverschrijding komt niet alleen van bovenaf. Een assistent stormde ooit zonder kloppen binnen en riep: ‘Wat is het hier een bende!’ om niets meer dan een ragerdoos. ‘Ik schrok zo. Het voelde alsof iemand mijn werkruimte binnen denderde om mij even op mijn plek te zetten.’ Dit soort momenten lijken klein, maar ze vormen een patroon. ‘Ik heb echt heel lang met een verhoogde hartslag en zo’n rode kop gewerkt,’ vertelt ze. ‘Altijd alert. Altijd scannen. Altijd voelen: waar zit het gevaar?’ 

Grensoverschrijdend gedrag in de zorg: cijfers die niet genegeerd mogen worden 

Grensoverschrijdend gedrag binnen de zorgsector is al jaren een onderbelicht maar hardnekkig probleem. Cijfers over de mondzorg bestaan niet, wel over de zorg in het algemeen. Recente, goed gedocumenteerde onderzoeken laten zien dat ongepaste omgangsvormen – variërend van intimidatie tot seksueel grensoverschrijdend gedrag – niet alleen voorkomen tussen medewerkers onderling, maar ook vanuit leidinggevenden richting medewerkers. De omvang is aanzienlijk groter dan veel organisaties zich realiseren. Uit nieuwe gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 30 procent van alle werknemers in de zorg in 2023 te maken had met ongewenst gedrag op de werkvloer. Daarmee is de zorgsector een van de sectoren waar dit probleem het vaakst voorkomt. Ook uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden komt naar voren dat de zorg ‘de kroon spant’ wanneer het gaat om meldingen van ongewenst gedrag. 

De vormen van grensoverschrijdend gedrag zijn divers. In een grootschalig onderzoek onder medewerkers en leidinggevenden meldde 51,3 procent dat zij last hadden van seksueel getinte grappen, 35,9 procent ervoer intimidatie en 32,1 procent meldde machtsmisbruik op de werkvloer. Deze vormen van gedrag komen zowel tussen collega’s voor als in relaties met leidinggevenden, waarbij machtsverhoudingen een belangrijke rol spelen in hoe veilig medewerkers zich voelen om incidenten te melden. 

Dat onderrapportage een groot probleem is, blijkt uit onderzoek binnen de medische vervolgopleidingen: maar liefst 88 procent van de incidenten wordt nooit gemeld, vaak omdat medewerkers niet durven, niet weten waar ze terecht kunnen of bang zijn voor repercussies. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld van de werkelijke omvang. Ook toezichthouders zien het aantal signalen toenemen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd rapporteerde dat meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag de laatste jaren fors zijn gestegen, waarbij gedrag zowel tussen collega’s als richting cliënten voorkomt. De problematiek raakt daarmee duidelijk zowel de professionele veiligheid binnen teams als de bredere zorgrelatie. De structurele aard van deze incidenten benadrukt het belang van preventie, bewustwording en een cultuur waarin medewerkers zich veilig genoeg voelen om ongewenst gedrag bespreekbaar te maken. Het vraagt van zorgorganisaties niet alleen heldere protocollen, maar ook actief leiderschap en een werkomgeving waarin gesprekken over gedrag onderdeel zijn van de dagelijkse praktijk. 

Twijfel als tweede natuur
Misschien nog schadelijker dan de situaties zelf, was de blijvende twijfel die ze ontwikkelde. ‘Dan denk je: heb ik dit uitgelokt? Ben ik gek? Zie ik dit verkeerd?’ zegt ze. ‘Maar diep vanbinnen weet je: nee. Dit klopt niet.’  Omdat veel collega’s diezelfde twijfel herkennen, sturen ze haar berichten. Velen vragen om coaching, advies, erkenning. ‘Ik krijg zoveel berichtjes,’ zegt ze. ‘Dan denk ik: die ook al… en die ook al. Het komt vaker voor dan we denken.’ Die gedeelde ervaringen maakten duidelijk dat dit geen individueel probleem is, maar een cultuurvraagstuk. Een gebrek aan psychologische veiligheid dat door heel de sector loopt. 

 ‘Samen uit, samen thuis.’ 

Gebruikt als dwingende norm om haar na werktijd te laten dweilen; illustratief voor scheve machtsverhoudingen. 

Twee werelden
Een ander terugkerend thema is het verschil in startpunt tussen tandartsen en mondhygiënisten. ‘Het startpunt is gewoon anders,’ legt ze uit. ‘Als mondhygiënist denk je aan preventie. Aan oorzaak. Aan gedrag. Een tandarts denkt vaak in repareren, in techniek. Dat is niet verkeerd, het is gewoon anders.’ Dat verschil hoeft geen probleem te zijn, maar wanneer er miscommunicatie ontstaat, voelt het snel alsof jouw expertise minder gewicht heeft. ‘Ik dacht altijd: dat voelen we toch allemaal zo? Maar nee. En dan ga je gefrustreerd raken.’ Ze nuanceert het meteen: ‘Het is geen verwijt. Het is een misverstand. Maar wel een hardnekkig.’ 

Cover van het boek dat Lieneke schreef over grensoverschrijdend gedrag.

Waar het wél goed ging
Gelukkig waren er ook plekken waar het precies andersom werkte, waar samenwerking vanzelfsprekend voelde, waar veiligheid aanwezig was zonder dat iemand erover hoefde te praten. Ze schrijft in haar boek met warmte over een tandarts met wie ze jarenlang werkte. ‘Hij bedankte me altijd. Elke dag. Dat deed zoveel. Dan voel je: we doen dit samen.’ In die praktijk werd echt samengewerkt: gezamenlijke evaluaties, open gesprekken, wederzijds respect. Geen hiërarchisch denken, maar collegiaal vertrouwen. ‘Veiligheid en kwaliteit gingen daar hand in hand,’ zegt ze. En dan is er het consultatiebureau, haar huidige werkplek sinds ze de reguliere praktijk de rug heeft toegekeerd. De plek waar haar hart ligt. ‘Daar smelt ik helemaal van de kindjes,’ vertelt ze met een grote glimlach. ‘Daar doe ik het voor.’ Ze herinnert zich nog goed hoe ze een keer meeliep in een praktijk waar een kind van nog geen vier jaar al zijn tanden kwijt was door cariës. ‘Dat geluid van die stukjes tanden in het nierbekken… dat vergeet ik nooit,’ zegt ze. ‘Dat mag nooit meer gebeuren.’ Het werd de motor achter haar missie om preventie bij jonge kinderen structureel in te bedden. En met succes: dankzij jarenlange inzet worden mondhygiënisten nu in haar regio op consultatiebureaus ingezet. ‘Dat is zo’n winst. Voor ouders, voor kinderen, voor de hele keten.’ 

Reactie NVM-mondhygiënisten  

NVM-mondhygiënisten staat voor een veilige, respectvolle en professionele werk- en/of leeromgeving voor iedereen. Grensoverschrijdend gedrag – in welke vorm dan ook – is ontoelaatbaar en staat haaks op de waarden die wij als beroepsvereniging uitdragen. Wij keuren dergelijk gedrag dan ook nadrukkelijk af. 

Tegelijkertijd erkennen wij dat grensoverschrijdend gedrag in de praktijk, op Hogescholen en op veel andere plekken, kan voorkomen en dat het niet altijd eenvoudig is om dit te herkennen, bespreekbaar te maken of er adequaat op te handelen. Daarom vinden wij het belangrijk onze leden actief te ondersteunen bij het creëren en borgen van een sociaal veilige werkomgeving binnen de mondzorgpraktijk en op andere plekken in de maatschappij. 

NVM-mondhygiënisten stelt hiervoor een toolkit beschikbaar met praktische handvatten en modeldocumenten. Deze ondersteunen leden bij het opstellen van gedragsregels, het inrichten van een vertrouwenspersoon en het ontwikkelen van een duidelijk protocol voor het voorkomen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast bieden wij een ICO-praatdocument om het gesprek hierover binnen teams en intercollegiale overleggen te stimuleren en het bewustzijn te vergroten. 

Samen werken we aan een open en veilige cultuur waarin grensoverschrijdend gedrag wordt voorkomen, tijdig wordt herkend en zorgvuldig wordt aangepakt of besproken. Alleen zo kunnen we een professionele en veilige omgeving waarborgen voor patiënten, mondhygiënisten en alle andere betrokkenen. 

 

Niet langer zwijgen
Het schrijven van haar boek was een dappere keuze. En een lastige. ‘Ik ben wel een beetje bang,’ geeft ze toe. ‘Bang dat mensen zich gaan herkennen. Bang dat ze boos worden.’ Maar dan zegt ze het zinnetje dat de kern van haar missie samenvat: ‘Moet ik dan maar mijn mond dichthouden? Nee, dit boekje moet open.’ Want zwijgen houdt patronen in stand. Spreken opent de deur naar verandering. ‘Ik hoop dat dit een gesprek opent. Dat we elkaar gaan versterken.’ Lieneke gelooft dat de mondzorgsector tot het beste in staat is, wanneer professionals samenwerken vanuit gelijkwaardigheid. ‘We moeten elkaar versterken, niet afbreken,’ zegt ze. ‘Samenwerking begint bij veiligheid.’ 

Dus pleit ze voor:
– psychologische veiligheid als fundament
– gelijkwaardigheid tussen tandarts, mondhygiënist en assistent
– ruimte voor feedback zonder angst
– preventie als vertrekpunt
– menselijkheid, humor en werkplezier 

Veiligheid is de basis
Het verhaal van Lieneke Steverink‑Jorna is geen opsomming van klachten. Het is een spiegel. Een oproep. Een herinnering dat goede mondzorg begint bij goede samenwerking – en dat samenwerking alleen kan bestaan wanneer mensen zich veilig voelen. Haar verhaal is pijnlijk én hoopvol, confronterend én zacht. Het laat zien hoe kwetsbaar professionals kunnen zijn, maar ook hoe ongelooflijk sterk wanneer zij elkaar optillen. Hoe één stem genoeg kan zijn om een stilte te doorbreken. En precies dát is de afsluiting die haar verhaal verdient: ‘De mondzorg verandert niet omdat we betere instrumenten krijgen. De mondzorg verandert omdat mensen durven spreken, durven luisteren en durven samenwerken. Veiligheid is geen luxe. Het is de basis waarop elke gezonde praktijk gebouwd wordt. En daarom moest dit boekje open — zodat niemand het ooit nog dicht hoeft te doen.’ 

Reactie KNMT 

Pesten, kleineren, buitensluiten, (seksueel) intimideren; grensoverschrijdend gedrag komt voor, ook in de mondzorg. Maar over ontoelaatbaar handelen van collega’s binnen een praktijk wordt nauwelijks openlijk gesproken. Schaamte, zelfverwijt en angst spelen hierbij een grote rol. Het is dan ook prijzenswaardig dat Lieneke Steverink-Jorna zich wél uitspreekt en met haar boek dit beladen onderwerp ter sprake brengt. En ze heeft gelijk: we mogen onze ogen niet sluiten voor grensoverschrijdend gedrag. Goede mondzorg begint bij goede samenwerking. En goede samenwerking kan alleen bestaan in een werkomgeving waar iedereen zich veilig en gezien voelt. Tandarts, mondhygiënist, assistente of praktijkondersteuner; binnen de mondzorgpraktijk hoort respect voor elkaar vanzelfsprekend te zijn. Deze norm is ook vastgelegd in onze gedragsregels, die voor onze beroepsgroep moreel bindend zijn. Je spreekt een collega aan op ongewenst gedrag, ook als het een vermoeden is, en onderneemt verdere actie als dat nodig is. Zoals een melding doen binnen of buiten de organisatie. Tegelijk merken we dat dit in de praktijk vaak ingewikkeld en gevoelig is. Daarom ondersteunt de KNMT haar leden actief bij het omgaan met ongewenste omgangsvormen in de praktijk. Zo kunnen leden die praktijkhouder zijn bijvoorbeeld gebruikmaken van een externe branche-vertrouwenspersoon van ArboNed. Daarnaast bieden we scholing en training, waaronder de cursus Vertrouwenspersoon, voor wie deze rol binnen de mondzorgpraktijk zou willen vervullen Ook hebben we de charter Diversiteit van de SER ondertekend. Daarmee committeren we ons, samen met meer dan 500 andere werkgevers en organisaties, aan het bevorderen van een inclusieve cultuur waarin iedereen zichzelf kan zijn en zich veilig voelt. Cultuurverandering vraagt om blijvende aandacht en om voorbeeldgedrag. Als beroepsgroep dragen we samen de verantwoordelijkheid om een veilige en respectvolle werkomgeving te waarborgen. 

 

Auteur: Sander Loos is hoofdredacteur van TP 

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.