De zaak draait om een patiënte bij wie tijdens een spoedconsult in maart 2025 een diepe pocket en fors botdefect bij element 22 werden vastgesteld. Zij stelde dat haar tandarts deze problemen in de jaren daarvoor had moeten onderkennen en dat eerder parodontaal onderzoek op zijn plaats was geweest. Ook zou de tandarts zonder toestemming haar medisch dossier bij de vorige tandarts hebben opgevraagd. Uit het dossier bleek dat de patiënte al sinds 2005 bekend was met lokale ernstige adulte parodontitis. Hoewel de situatie na behandeling toen verbeterde, bleven enkele verdiepte pockets aanwezig die regelmatige controle vereisten. Sinds 2016 bezocht de patiënte vooral de mondhygiënist van de praktijk, zonder structurele controles door de tandarts zelf. De tandarts wist volgens het college dat er sprake was van een parodontaal probleem. Toch oordeelde het college dat een aanvullend onderzoek in 2018 weinig zou hebben toegevoegd, omdat de aandoening al bekend was en ook bij goede nazorg plots kon verergeren. Van nalatigheid in behandeling was daarom geen sprake. Wel had de tandarts de patiënte duidelijker moeten informeren over de mogelijke risico’s van haar aandoening en dit moeten vastleggen in het dossier. Omdat dit onvoldoende is gebeurd, acht het college de klacht op dit punt gegrond. De onderdelen over gebrekkige diagnostiek en het zonder toestemming opvragen van het dossier werden ongegrond verklaard. De tandarts krijgt een waarschuwing als maatregel. Bekijk hier de zaak.
Tuchtcollege waarschuwt tandarts wegens gebrekkige dossiervorming
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft een tandarts een waarschuwing opgelegd vanwege onvolledige verslaglegging in het patiëntendossier. Volgens het college heeft de tandarts nagelaten om goed vast te leggen welke informatie zij met haar patiënt heeft gedeeld over de risico’s van een bestaande parodontale aandoening.

