Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Het raadsel van Eppelsheim

Frank Heynick
Paleontologen vonden bij opgravingen in Zuid-Duitsland een merkwaardige hoektand en premolaar. Wat betekent dit voor het algemeen geaccepteerde scenario dat de evolutie van aapachtigen tot mensachtigen in Afrika plaatsvond?
Premium

De omgeving van de plaats Eppelsheim in Zuidwest-Duitsland was het middelpunt van een wetenschappelijk vakgebied in opkomst dat in 1822 ‘paleontologie’ werd gedoopt. Twee jaar eerder vonden en beschreven onderzoekers daar in de buurt – in een voormalig bassin van de Rijn – een dijbeen dat op een overblijfsel leek van een grote mensaap. Maar een levende mensaap was nooit in Europa gesignaleerd of in antieke Europese geschriften beschreven.

Dit was niet de eerste keer dat geleerden zoölogische anomalieën analyseerden. In de voorafgaande eeuwen schreven zij over fossielen van zeedieren aangetroffen in gebieden zonder rivieren of meren. En over gevonden resten van onder andere olifantachtige dieren – mammoeten – en schelpvormige inktvissen – ammonieten – waarvan, voor zover bekend, nergens ter wereld nog levende exemplaren bestonden.

Opkomst evolutieleer

Iedereen in dat tijdperk was nog sterk onder invloed van de Bijbelse versie van de natuurgeschiedenis. De mensen veronderstelden dat God zo’n zesduizend jaar geleden de aarde tijdens de Schepping in zes dagen schiep, met alle diersoorten (‘schepsels’), flora en de mens. Maar de mammoeten, ammonieten en andere fossielen vormden indicaties dat sommige diersoorten sindsdien uitgestorven waren. En ook dat de aarde veranderd was: daar waar nu droog land was, waren vroeger zeeën en meren.

Premium

Wilt u dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in

    Dit artikel is verschenen in TandartsPraktijk nr. 2, 2018.

    Geef uw reactie

    Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.