Orale gevolgen van radiotherapie | Implantaten

Patiënten met een tumor in het hoofd-halsgebied worden vaak behandeld met chirurgie, radiotherapie, chemotherapie of een combinatie van deze behandelmodaliteiten. Deze behandelingen variëren in lengte en intensiteit, afhankelijk van de locatie en het stadium van de ziekte en hebben grote gevolgen voor het fysiek, psychisch en sociaal functioneren van de betrokken individuen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Het merendeel van de patiënten met een intraorale tumor wordt behandeld met ablatieve chirurgie, al dan niet gecombineerd met een halsklierdissectie. Indien geïndiceerd, krijgt de patiënt postoperatief radiotherapie. Ook kan gekozen worden voor primaire radiotherapie, al dan niet gecombineerd met chemotherapie.

In veel gevallen leidt de oncologische behandeling tot verminderd functioneren en verminderde esthetiek. Chirurgische resectie van een intraorale tumor kan onder andere leiden tot veranderde anatomie, verlies van elementen, sensibiliteitsstoornis, verlies van anatomische structuren zoals de tong en het palatum, veranderde spieraanhechtingen, en verminderde lipcompetentie. De functies van de mond, zoals kauwen, slikken en spreken, worden in meer of mindere mate aangetast (Pace-Balzan et al. 2011).

Radiotherapie voor intraorale tumoren kan primair of postoperatief gegeven worden. In geval van curatieve intentie varieert de dosis meestal van 50–70 Gray (Gy). Deze dosis wordt normaliter in een periode van vijf tot zeven weken gegeven. De radiotherapie wordt in fracties van 2 Gy gegeven, meestal vijf dagen per week. De reden voor deze fracties is het verschil in respons tussen gezond weefsel en tumorweefsel. Gezond weefsel herstelt zich sneller dan tumorweefsel en hiervan wordt gebruikgemaakt bij gefractioneerde bestraling. Hierbij moet opgemerkt worden dat vooral langzaam delend weefsel bij gefractioneerde bestraling het meest gespaard wordt, terwijl snel delend weefsel zich meer gedraagt als tumorweefsel. Ook kan het weefsel zich herstellen op de dagen dat niet bestraald wordt, wat de vroege effecten van de bestraling reduceert (Vissink et al. 2003).

Orale gevolgen van radiotherapie

Radiotherapie vanwege een intraorale tumor heeft gevolgen voor alle weefsels in en rondom de mond. De orale mucosa, snel delend weefsel, reageert acuut op radiotherapie door celdood van epitheelcellen. Hierdoor ontstaat mucositis, wat intraoraal gekarakteriseerd wordt door een atrofische, zeer dunne mucosa. Ongeveer 80 % van de patiënten die bestraald worden krijgt te maken met mucositis. De meeste bestraalde patiënten ervaren smaakverlies. Dit is vaak tijdelijk, hoewel het één tot vijf jaar kan duren voordat de smaak weer een (nagenoeg) normaal niveau bereikt.

https://static-content.springer.com/image/chp%3A10.1007%2F978-90-368-1030-2_9/MediaObjects/346899_1_Nl_9_Fig1_HTML.jpg

Osteoradionecrose in de nabijheid van implantaten.

Indien de speekselklieren in het bestralingsveld liggen, kan schade hieraan leiden tot verminderde speekselsecretie. De patiënten krijgen last van xerostomie, de sensatie van een droge mond. Daarnaast kan de samenstelling van het speeksel veranderen als gevolg van radiotherapie. De cariësgevoeligheid wordt vergroot bij verminderd en veranderd speeksel en de dentitie kan worden aangetast als gevolg van bestralingscariës.

De omvorming van bot verandert na radiotherapie. De vascularisatie van het bot vermindert, wat resulteert in reductie van cellen en progressieve fibrose. Met de tijd kenmerkt bestraald bot zich door hypoxie, hypovascularisatie, hypocellulariteit en fibrose. Hierdoor reageert bestraald bot slecht op trauma en infectie. Dit kan leiden tot de meest ernstige complicatie in bestraald bot, osteoradionecrose (ORN). Osteoradionecrose wordt gedefinieerd als blootliggend, bestraald bot dat langer dan drie maanden aanwezig is (Beumer et al. 2011). De aandoening kan leiden tot veel pijn en pathologische fracturen van met name de mandibula. Dit kan gepaard gaan met orocutane fistels. Het kan spontaan ontstaan, maar ook na een trauma aan het bestraalde bot en/of mucosa. Het plaatsen van implantaten in bestraald bot is zo’n trauma dat kan leiden tot osteoradionecrose (afbeelding).

Uit: Het tandheelkundig jaar 2017, hoofdstuk 3 Wondhelingsproblemen in de mond

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.