Uit de uitspraak blijkt dat de patiënt in 2023 is gestart met een orthodontische behandeling in de praktijk waar de tandarts werkzaam is. De tandarts stond geregistreerd als supervisor, maar hij communiceerde niet naar de patiënt dat er een supervisor betrokken was en gaf geen daadwerkelijke invulling aan de supervisierol. Door dit alles kon een niet‑BIG‑geregistreerde behandelaar een zeer complexe gebitssituatie behandelen. Deze behandeling bleek, volgens het college, onzorgvuldig, onprofessioneel en onverantwoord uitgevoerd.
Onjuiste diagnose
Daarnaast verweet de patiënt de tandarts dat er sprake was van een onjuiste en onvolledige diagnose, onvoldoende zorgvuldige behandelwijze en gebrek aan transparantie over wie verantwoordelijk was voor welke onderdelen van de behandeling. De tandarts erkende dat er fouten zijn gemaakt, maar stelde maatregelen te hebben genomen om herhaling te voorkomen. Het college vond deze reactie onvoldoende en oordeelde dat de tandarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het college neemt de zaak hoog op, vooral omdat de tandarts door zijn handelen onbevoegde zorg faciliteerde. Als gevolg daarvan mag hij niet langer optreden als supervisor en krijgt hij een voorwaardelijke schorsing van zijn inschrijving in het BIG-register. Lees hier de hele zaak en de uitspraak.

