Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Het blijkt dat de ouderen die de tandartspraktijk bezoeken relatief gezond zijn

Hans van der Wielen
Welke thuiswonende ouderen in Nederland bezoeken de tandarts-algemeen practicus? Wat is hun mondgezondheid, vanuit de optiek van de tandarts en vanuit de optiek van de oudere zelf? Welke mondzorg wordt verleend door de tandarts-algemeen practicus? En welke barrières ervaart de tandarts in deze zorgverlening? Nelleke Bots-van’t Spijker geeft antwoord.
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-022-0087-z/MediaObjects/12496_2022_87_Fig1_HTML.jpg
Naam promovendus: Nelleke (P.C.) Bots- van ‘t Spijker.
Studie/specialisatie: Tandheelkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (nu Radboud Universiteit) (1999). Differentiatie- opleiding tot tandarts geriatrie.
Titel proefschrift: Older people in dental practice: oral health and oral healtcare.
Promotiedatum: 3 juni 2022.
Promotor: Prof. dr. J.J.M. Bruers (Universiteit van Amsterdam), Prof. dr. J.M.G.A. Schols (Universiteit Maastricht).
Co-promotor: Dr. C.D. van der Maarel- Wierink (Universiteit van Amsterdam).
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-022-0087-z/MediaObjects/12496_2022_87_Fig2_HTML.jpg

Wat was de aanleiding van uw onderzoek?

‘De aanleiding is al lang geleden ontstaan. Als tandarts geriatrie van De Mondzorgkliniek werk ik in het zorg- en wooncentrum De Haven in Bunschoten-Spakenburg. Daar zie ik nieuwe bewoners vaak al snel na hun opname in het verpleeghuis. Vaak zijn ouderen in de jaren voor opname niet meer bij een tandarts geweest. Hierbij viel mij op dat langdurig goed onderhouden monden, in een rap tempo achteruit leken te gaan. Vanuit ouderen is bekend dat zij barrières kunnen ondervinden in het bezoeken van de tandarts. Op het niveau van de oudere patiënt kunnen dit factoren zijn op het gebied van de algemene gezondheid, de etniciteit, de sociaal-economische status en het gebrek aan kennis en ondersteuning. Ook kan de relatie met de tandarts voor een oudere een barrière vormen of is de tandartspraktijk fysiek niet toegankelijk voor ouderen. Bij mij ontstond de vraag of tandartsen wellicht ook barrières kunnen ondervinden in de mondzorgverlening aan oudere mensen.’

Wat heeft u precies onderzocht?

‘In het proefschrift hebben wij ons gericht op de volgende vragen: Welke thuiswonende ouderen in Nederland bezoeken de tandarts-algemeen practicus? Wat is hun mondgezondheid, enerzijds vanuit de optiek van de tandarts en anderzijds vanuit de optiek van de oudere zelf? Tot slot hebben wij ons gericht op de vraag welke mondzorg wordt verleend door de tandarts-algemeen practicus en welke barrières de tandarts ervaart in deze zorgverlening?’

Wat zijn de belangrijkste resultaten van uw onderzoek?

‘Uit het onderzoek blijkt dat de groep ouderen die de tandartspraktijk bezoekt, relatief gezond is en in de meeste gevallen een hoge sociaaleconomi- sche status (SES) heeft. Opvallend was dat zelfs bij deze relatief gezonde ouderen, bij het oplopen van de leeftijd, een toename gezien werd van gezondheidsproblemen, het aantal gebruikte medicijnen en het aantal mondgezondheidsproblemen. De leeftijd van 75 jaar was daarbij in veel gevallen een kantelpunt. De verwachting is, dat de problemen bij ouderen die niet meer in de tandartspraktijk gezien worden, nog veel groter zullen zijn.’
De meeste patiënten hebben een hoge sociaal economische status

Wat heeft u echt verrast tijdens uw onderzoek?

‘Wat mij verraste, was dat de leeftijd van 75 jaar een kantelpunt in de mondgezondheid bleek te zijn. Daarbij werd ook bevestigd dat wij slechts een select deel van de ouderen in de tandartspraktijk zien. Daarnaast ben ik heel blij dat wij in het onderzoek voor de beoordeling van de mondgezondheid de definitie van mondgezondheid van het WHO hebben gebruikt. Hierdoor zijn wij tot een overkoepelende beoordeling van zowel de tandarts als de oudere in het onderzoek zijn gekomen.’

Wat is er gebeurd in uw onderzoek(en) ten opzichte van uw eerste hypothese?

‘In een eerste systematische review naar de barrières die tandartsen ervaren in de mondzorgverlening aan ouderen in de tandartspraktijk, bleken er geen artikelen te bestaan die de situatie in de algemene praktijk beschrijven. Er waren alleen publicaties over de mondzorgverlening in het verpleeghuis. Door middel van een vragenlijst in een KNMT-peilstationonderzoek konden wij wel tot wat meer duiding komen en daardoor ontstond ook de vervolgvraag: welke oudere ziet de tandarts eigenlijk? Dat deel van het onderzoek heeft heel veel mooie resultaten opgeleverd. Nu we weten dat er een relatief gezonde en gemotiveerde groep bij de tandarts komt, is het ook niet zo verbazingwekkend dat er niet veel barrières door tandartsen worden gerapporteerd. Van de tandartsen ervoer veertien procent barrières bij het verlenen van mondzorg aan ouderen. Bij tien procent van de tandartsen betrof dit het daadwerkelijke zorg verlenen, bij drie procent betrof het financiële barrières of moeilijkheden in de communicatie. Hoe meer tevreden een tandarts is over de verleende zorg, hoe minder barrières een tandarts ervaart. Sommige patiëntfactoren verhogen het risico op het ervaren van barrières. Hoe meer kosten, hoe moeilijker het gedrag, hoe meer ziektebeelden en hoe moeilijker de mondverzorging werd, hoe meer barrières de tandarts ervaart.’
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-022-0087-z/MediaObjects/12496_2022_87_Fig4_HTML.jpg

Figuur 2

Tandheelkundig bezoek in percentages en in leeftijdsgroepen

Met welke uitkomst van uw onderzoek kan een algemene practicus vooral zijn voordeel doen?

‘De leeftijd van 75 jaar is een eenvoudig getal, vanaf dat moment moet je extra alert zijn op mogelijke problemen in de mondgezondheid. Vooral de koppeling dat door problemen in de algemene gezondheid en een toename in het medicatiegebruik, er automatisch problemen in de mondgezondheid zijn te verwachten, is een heel relevante uitkomst. Daarnaast weten wij uit gegevens van het CBS dat mensen al vanaf het 55ste levensjaar minder vaak naar de tandarts gaan. Vanaf die leeftijd verdwijnt de oudere dus langzaam uit beeld. Wat overblijft, is een groep patiënten die mondzorgbewust genoemd kan worden. Aan ons ècht de taak om de oudere die minder en/of niet meer komt, actief te benaderen. Blijf in gesprek met deze oudere en probeer de mondzorgverlening aan deze oudere aan te passen. Dat zou dus ook kunnen betekenen dat je de oudere thuis moeten gaan bezoeken zodat de relatie, die er vaak al jaren is, onderhouden kan worden en mogelijke problemen in de toekomst verholpen kunnen worden.’

Hoe nu verder? Nu blijkt er een omslag te zijn vanaf ongeveer 75 jaar. Is daar een duidelijke aanwijzing voor waarom?

Het omslagpunt wordt dus vooral bepaald door de stapeling van problemen in de algemene gezondheid waardoor medicatiegebruik nodig is. De problemen in de algemene gezondheid kunnen ervoor zorgen dat de dagelijkse mondhygiëne minder goed uitgevoerd kan worden. Eventuele zorgafhankelijkheid heeft daar bovenop ook een negatieve invloed. En de gevolgen van het medicatiegebruik zorgen daarbij ervoor dat er problemen in de mondgezondheid ontstaan. Dat konden wij aantonen bij de groep die de tandarts bezoekt en die een relatief hogere sociaaleconomische status heeft. Uit ander onderzoek weten wij dat de groep met een lagere sociaaleconomische status, meer problemen heeft in het bezoeken van de tandarts en dat zij over het algemeen een slechtere algemene gezondheid hebben. Daardoor is in die groep nog meer problematiek te verwachten.

Moet de algemeen practicus zijn behandelingsstrategie gaan aanpassen als iemand tegen de 70 loopt? B.v. werken naar volledige prothese of zorgen dat alles eenvoudig te reinigen is? Kortom moet er een behandelingsplan/protocol komen voor de 75-plusser?

De mond van een oudere beter zou moeten worden voorbereid op het ouder worden en de mogelijke toename van de zorgafhankelijkheid. In feite betekent dit dat al op relatief jonge leeftijd (met name vanaf de pré-kwetsbare leeftijd van 55 jaar) moet worden gewerkt aan een toekomstbestendige of levensloop bestendige mondgezondheid. Dit betekent dat veranderingen in de algemene gezondheid en leefsituatie van een oudere in elke levensfase worden meegenomen en worden doorvertaald naar mondzorg op maat. Met als hoofddoel de mond gezond te houden. Een gezonde mond voor een kwetsbare oudere betekent dat de mond van een oudere goed gereinigd kan worden, vrij is van ontstekingen en pijn, en ook voldoende functioneert. Het is daarom belangrijk om meer aandacht te besteden aan preventie. Als de mond goed is voorbereid op het ouder worden en ouderen weten hoe ze hun mond schoon moeten houden, voorkomt dit tal van problemen voordat de oudere zorgafhankelijk wordt. En wanneer ouderen er niet meer in slagen zelf voor hun mond te zorgen, moet die zorg worden overgenomen door een (zorg)professional die de vaardigheden heeft om de mond van de oudere goed te verzorgen. Aangezien een grote variëteit bestaat van ouderen en ‘de oudere’ niet bestaat en leeftijd daardoor niet veel zegt, geldt dat het mondzorgplan voor de oudere individueel is opgesteld. Algemeen kan wel worden gesteld dat vanaf de leeftijd van 75 jaar problemen zijn te verwachten en dat het daarom belangrijk is daarop op tijd in te spelen.

Zou een tandarts moeten weten welke oudere patiënten in zijn praktijk zijn en welke nog thuis wonen? En daarbij een idee moeten hebben van hun toestand? Moet er dan voor die ouderen makkelijk contact opgenomen kunnen worden met de andere zorgverleners en in welke vorm dan?

Het zou geweldig zijn wanneer de tandarts alle ouderen in zijn praktijk in het vizier heeft en daarbij ook bekend is wat de eventuele problematiek van die oudere is en welke zorgdisciplines betrokken zijn in de zorgverlening rond deze oudere.  Helaas is dat vaak niet bekend. Een eerste stap zou zijn om als tandarts de ouderen in de praktijk actief te benaderen. Dat betekent dat het hele team zich inzet om met de oudere in contact te komen en te kijken in hoeverre een consult mogelijk is. De oudere zou ook thuis kunnen worden bezocht door bijvoorbeeld een preventie-assistente. Een huisbezoek vertelt veel over de oudere en is waardevol om het beeld van de oudere compleet te krijgen. Daarnaast zou het eenvoudiger moeten worden om met de verschillende disciplines, waaronder de huisarts, in contact te komen. Een mooi voorbeeld van de interprofessionele samenwerking tussen de tandarts, huisarts of praktijkondersteuner huisarts (POH) en thuiszorgmedewerker is het project van “De Mond Niet Vergeten”. Doordat zowel de thuiszorg, als de huisarts of POH de oudere bevraagt over het mondzorggedrag en deze indien nodig verwijst naar de tandarts, is het mogelijk de oudere, die wellicht niet meer in de praktijk komt, wel weer betrokken te krijgen. In de zorg van ouderen is deze zogenoemde interprofessionele aanpak essentieel. Helaas kost dit veel tijd en zijn de verschillende disciplines nog niet gewend dat wij met elkaar contact opnemen. Ook in mijn eigen onderzoek werd er nauwelijks contact opgenomen met een andere zorgdiscipline. Het is nog te veel op individuele basis. Daardoor is het mooi dat nu in de studie tandheelkunde aan het ACTA, de studenten tandheelkunde gekoppeld worden aan studenten geneeskunde en zij samen een oudere bezoeken en beschrijven. Zo leren de studenten op jonge leeftijd al om interprofessioneel te werken en kunnen ook de studenten geneeskunde iets leren over de mondgezondheid. Wij zouden als mondzorgprofessionals per kring, regio of woonplaats contact op kunnen nemen met bijvoorbeeld de huisartsen en ons samen nascholen.

Zou er een standaard setje moeten komen om eenvoudig een huisbezoek te kunnen doen en daar de ouderen mee te kunnen screenen en vervolgens dan een plan voor de betreffende ouder te kunnen maken?

Voor het screenen zou licht (met bijvoorbeeld een hoofdlamp), een spiegel en (pocket)sonde, voldoende kunnen zijn. Het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO) heeft de richtlijn Mondzorg kwetsbare aan huis gebonden ouderen gepubliceerd (https://www.hetkimo.nl/richtlijnen/mondzorg-voor-kwetsbare-aan-huis-gebonden-ouderen/introductie/). Deze richtlijn helpt om mondzorgverleners handvatten te geven over hoe zij mondzorg aan huis voor deze doelgroep kunnen verlenen.  Deze klinische praktijkrichtlijn gaat niet in op de inhoud van de zorg die verleend kan worden aan maar wel over de organisatie van deze zorg.

Als er voor ouderen een aparte aanpak zou moeten zijn dan moet daar zeker niet alleen de tandarts in een rol spelen maar ook de mondhygiëniste en preventie assistente.

De mondzorgverlening aan ouderen is een zaak van het gehele team. De balie- assistente is belangrijk in het contact houden met de oudere. Daarbij moet ook bij hen bekend zijn of er sprake is van fysieke beperkingen of andere structurele/vaste afspraken; of er sprake is van afhankelijkheid van vervoer door taxi of mantelzorger en mogelijk ook van beschikbaarheid van een mantelzorger. De mondhygiënist en preventie- assistent spelen een essentiële rol in het preventieve plan voor de oudere. En wanneer ouderen er niet meer in slagen zelf voor hun mond te zorgen, kan ook de preventie- assistent ondersteuning bieden aan een mantelzorger of een andere (zorg)professional om de mond van de oudere goed te verzorgen. De praktijkwijzer Zorg aan kwetsbare ouderen in de mondzorgpraktijk (2020) van de KNMT biedt hiervoor adviezen voor het hele mondzorgteam hoe de zorg rondom de oudere opgezet zou kunnen worden (https://knmt.nl/praktijkzaken/bijzondere-doelgroepen/ouderen/praktijkwijzer-mondzorg-aan-kwetsbare-ouderen).

Welke hulpmiddelen zouden gebruikt moeten worden voor de ouderen om hun mond gezond te houden, of welke zouden daarvoor ontwikkeld kunnen worden.

Ook het preventieve plan is individueel opgesteld en toegespitst op de manuele vaardigheden van de oudere (of de mantelzorger). In geval van toegenomen zorgafhankelijkheid kan het zeker aan te raden zijn om met een elektrische tandenborstel de mond te poetsen. Ook is het belangrijk kennis te nemen van de klinische praktijkrichtlijn Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen (https://www.hetkimo.nl/richtlijnen/wortelcaries-bij-ouderen/introductie/). Belangrijk hierbij is de aanbeveling aan (kwetsbare of zorgafhankelijke) ouderen met wortelcariës speciale tandpasta met 5.000 ppm fluoride voor te schrijven met de instructie deze tandpasta bij het tandenpoetsen één- of tweemaal daags te gebruiken.

Geldt deze hele problematiek alleen voor thuiswonende ouderen of is deze ook geldig voor geïnstitutionaliseerde ouderen?

Natuurlijk geldt deze problematiek ook voor de geïnstitutionaliseerde ouderen. Als het goed is, is in het zorg- en wooncentrum de mondzorg een vast onderdeel van de dagelijkse verzorging en is er structurele zorg door een mondzorgverlener georganiseerd conform de Richtlijn voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen. Echter, de zorgafhankelijkheid van ouderen is groot bij opname in een zorg- en wooncentrum waardoor het extra belangrijk is in te zetten op goede mondzorgverlening vóór opname.

Mijn persoonlijke ervaring met ouderen al of niet thuiswonend is: dat zij vaak een heel andere beleving hebben dan de tandarts over hun mond. Ook sta je soms met de rug tegen de muur als er iets stukgaat in een mond voorzien van uitbereid kroon-  en brugwerk, dat er soms al decennia inzit. Reparatie is vaak onmogelijk of uiterst kostbaar. Het vergt soms een creativiteit van de tandarts die in geen enkel curriculum zit. Soms willen de kinderen niet dat je te veel doet in de mond van hun ouder. Daar moet je ook mee om kunnen gaan.

Uit ons onderzoek bleek inderdaad dat een oudere patiënt de mondgezondheid positiever beoordeelt dan de tandarts dat doet. Daarbij komt dat het dat het behoud van de eigen dentitie van groot belang is voor de eigenwaarde van een oudere. Het lichaam kan in verval raken, de oudere kan zorgafhankelijk worden waarbij het gevoel bestaat dat er nog wel controle is over de mond. Daardoor kan er een lastige situatie ontstaan waarbij de wens van de oudere patiënt niet gelijk is aan die van de tandarts of de mogelijkheden van de tandarts. Dat vergt een blijvend goed gesprek en veel creativiteit. Ook wanneer kinderen terughoudend zijn, is het aan ons om veel uitleg over reinigbaarheid en het onderhouden van een goede mondgezondheid te geven. Daarbij is het denk ik van groot belang dat ouderen zich veel meer bewust moeten worden van het belang van een goede mondverzorging en het continueren van dagelijkse en professionele mondzorg zeker in relatie tot de algemene gezondheid.

 

Dit artikel is verschenen in TandartsPraktijk nr. 6, 2022.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.