Ernstige hypodontie en implantologie

Hypodontie is het congenitaal ontbreken (agenesie) van een of meer gebitselementen. Bij patiënten met ernstige hypodontie is het in veel gevallen wenselijk om (een aantal van) de ontbrekende gebitselementen aan te vullen door middel van een tandheelkundige prothetische voorziening. Er bestaan verschillende mogelijkheden, zoals uitneembare protethiek, conventioneel brugwerk en implantaatgedragen kroon- en brugwerk. Marieke Filius heeft aan de Rijksuniversiteit van Groningen onderzoek verricht en onder andere gekeken naar de langetermijnresultaten (implantaatoverleving, suprastructuuroverleving, conditie van de peri-implantaire weefsels, kwaliteit van leven) van behandeling met implantaatgedragen kroon- en brugwerk bij patiënten met ernstige hypodontie.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0167-2/MediaObjects/12496_2018_167_Fig3_HTML.jpg

1 Wat was de aanleiding van uw onderzoek?

Bij behandeling met implantaten bij patiënten met ernstige hypodontie moet vaak gebruikgemaakt worden van (grote hoeveelheden) botaugmentatie omdat de congenitale afwezigheid van meerdere gebitselementen vaak resulteert in een onderontwikkeling van de processus alveolaris (dysgnatie), een onderontwikkeling van het kaakbot ter plaatse van de niet aangelegde gebitselementen (afbeelding 1) en lokale botresorptie na verlies van een melkelement zonder opvolger. Dit maakt de implantaat-behandeling complex.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0167-2/MediaObjects/12496_2018_167_Fig1_HTML.jpg
Afb. 1 OPT van een 12-jarig meisje met ernstige hypodontie. Het kaakbot in het derde kwadrant is onderontwikkeld als gevolg van de ontbrekende gebitselementen.

Eerdere studies beschreven de implantaat-overleving bij patiënten met (ernstige) hypodontie. Dit ging echter om studies met een korte follow-up en/ of kleine onderzoekspopulaties. Er is dus een gebrek aan langetermijnresultaten van implantaat-behandeling bij patiënten met ernstige hypodontie.

In het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) is in de afgelopen 25 jaar een grote groep ernstige hypodontiepatiënten behandeld met implantaten. Deze gegevens konden we gebruiken om te onderzoeken wat de langetermijnresultaten (implantaat-overleving, suprastructuuroverleving, conditie van de peri-implantaire weefsels, kwaliteit van leven) zijn van behandeling met implantaat-gedragen kroon- en brugwerk bij patiënten met meerdere agenetische elementen.

2 Wat heeft u precies onderzocht?

Implantaat-gedragen overkappingsprothese bij kinderen.

In zijn algemeenheid geldt dat implantaten ten behoeve van prothetische voorzieningen niet moeten worden geplaatst voordat een individu is uitgegroeid. De behandelbehoefte van kinderen met anodontie is echter groot, omdat zij op jonge leeftijd al te kampen hebben met functionele en esthetische problemen. Aangezien de interforaminale regio van de mandibula na het zesde levensjaar niet tot nauwelijks meer groeit, wordt verondersteld dat het plaatsen van twee implantaten ten behoeve van een overkappingsprothese een goede optie is. Deze twee implantaten worden geplaatst in regio van de cuspidaten.

De tevredenheid over en de noodzaak van chirurgische en prothetische nazorg werd geanalyseerd bij vier jonge kinderen (tussen 6 en 13 jaar) die waren behandeld met een dergelijke implantaat-gedragen overkappingsprothese in de mandibula ( afbeelding 2).

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0167-2/MediaObjects/12496_2018_167_Fig4_HTML.jpg
Afb. 2a-b 6-jarige meisje bij wie twee implantaten in de onderkaak zijn geplaatst ten behoeve van een implantaat-gedragen overkappingsprothese. Voor de bovenkaak werd een partieel plaatje gemaakt

Mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven bij kinderen.

Voor kinderen met meerdere agenesie- en, maar bij wie een (groot) aantal van de gebitselementen wel is aangelegd, geldt dat de definitieve prothetische behandeling pas kan worden uitgevoerd nadat de patiënt is uitgegroeid.

De voorbehandelingen beginnen gewoonlijk al op jonge leeftijd, waarbij orthodontie vaak een prominente plaats inneemt. Om inzicht te krijgen in de mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven werden 11-17 jarige kinderen met meerdere agenesieën gevraagd een vragenlijst over de kwaliteit van leven ten aanzien van hun gebitssituatie in te vullen voor de start van de orthodontische behandeling.

Effect van de implantaat-behandeling met vaste kronen en bruggen op de mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven, de algemene gezondheidsstatus en tevredenheid over uiterlijk, kauwfunctie en spraak.

Voor het plaatsen van implantaten is het van belang dat er voldoende botvolume aanwezig is voor een adequate primaire stabiliteit. Daarnaast kan het plaatsen van implantaten worden bemoeilijkt door de vaak beperkt beschikbare interdentale ruimte en een ongunstige inclinatie van de radices van de buurelementen. Om de omstandigheden voor het plaatsen van implantaten te verbeteren is bij patiënten met meerdere agenetische elementen derhalve vaak een uitgebreide orthodontische voorbehandeling nodig, soms in combinatie met botaugmentatie op de plaats waar het element ontbreekt en later het implantaat zal worden geplaatst. Een dergelijk (pre-)implantologische behandeltraject kost veel tijd en inspanning van de patiënt. Derhalve hebben we het effect geëvalueerd van de implantaat-behandeling met vaste kronen en bruggen op de mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven, de algemene gezondheids-status en tevredenheid over uiterlijk, kauwfunctie en spraak. De patiënten moesten voorafgaand aan het plaatsen van de implantaten en een jaar nadat de implantaten waren geplaatst een drietal vragenlijsten invullen (OHIP-NL49, SF-36 en tevredenheidsvragenlijst met betrekking tot uiterlijk, kauwfunctie en spraak).

Implantaat- en suprastructuuroverleving op de lange termijn.

Het vervaardigen van implantaat-gedragen kronen en bruggen bij patiënten met meerdere agenetische elementen lijkt een goede behandeloptie. Het is echter onbekend hoe de resultaten van deze behandeling op de lange termijn zijn, zowel met betrekking tot de overleving van de implantaten als de suprastructuren. Aan de hand van de gegevens uit de medische dossiers van alle patiënten met ernstige hypodontie (minimaal zes agenesieën, verstandskiezen niet meegerekend) die tussen januari 1991 en december 2015 in het UMCG waren behandeld met implantaat-gedragen kronen en bruggen hebben we de implantaat- en suprastructuuroverleving berekend.

Peri-implantaire gezondheid op de lange termijn.

In de literatuur bestaat ook een gebrek aan langetermijnresultaten betreffende de conditie van de peri-implantaire weefsels, de tevredenheid van patiënt en de mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven. Om die reden werden alle patiënten met ernstige hypodontie benaderd die ten minste 10 jaar geleden waren behandeld met implantaat-gedragen kronen en/ of bruggen in het UMCG. Deze patiënten werden opgeroepen en klinische (plaque-index, bloedingsindex, pocketdiepte) en röntgenologische (marginaal botniveau) gegevens werden verzameld. Ook hebben we de tevredenheid en mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven geanalyseerd aan de hand van vragenlijsten.

3 Wat zijn de belangrijkste resultaten van uw onderzoek?

Implantaat-gedragen overkappingsprothese bij kinderen.

Geen van de implantaten ging verloren (mediane follow-up 5,2 jaar), ook peri-implantitis werd niet waargenomen. Bovendien was er geen tot na0075welijks chirurgische en prothetische nazorg nodig en waren zowel kind als ouder(s) erg tevreden over de behandeling. Met andere woorden: een implantaat-gedragen overkappingsprothese op twee implantaten in de mandibula lijkt voor jonge patiënten zonder gebitselementen in de mandibula een veilige behandeloptie te zijn.

Mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven bij kinderen.

Op deze leeftijd leek de congenitale afwezigheid van meerdere gebitselementen slechts een beperkte invloed te hebben op de mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven ten opzichte van een controlegroep van kinderen die orthodontisch moesten worden behandeld.

Effect van de implantaat-behandeling met vaste kronen en bruggen op de mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven, de algemene gezondheidsstatus en tevredenheid over uiterlijk, kauwfunctie en spraak. Aan de hand van de resultaten konden we stellen dat een behandeling met implantaat-gedragen kronen en bruggen positief bijdraagt aan de mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven en de tevredenheid met betrekking tot het uiterlijk, de kauwfunctie en de spraak van de patiënt. Voor wat betreft de algemene gezondheidsstatus bleek er geen effect te zijn.

Implantaat- en suprastructuuroverleving op de lange termijn.

Van de 777 implantaten die werden geplaatst (bij 126 patiënten), gingen er 56 verloren. De (cumulatieve) 5-jaars-implantaat-overleving was 95,7%, de (cumulatieve) 10-jaars-implantaat-overleving was 89,2%. Implantaten die waren geplaatst op plaatsen waar een botaugmentatie was verricht, hadden een significant slechtere implantaat-overleving. De (cumulatieve) 5-jaars-suprastructuuroverleving was 90,5% en de (cumulatieve) 10-jaarssuprastructuuroverleving was 80,3%. Op basis van deze resultaten konden we concluderen dat een behandeling met implantaten een goede behandeloptie is voor patiënten met ernstige hypodontie.

Peri-implantaire gezondheid op de lange termijn.

Uit deze metingen kwam naar voren dat meer peri-implantair botverlies was opgetreden bij implantanten die waren geplaatst in geaugmenteerd bot in vergelijking met implantaten die geplaatst werden in niet geaugmenteerd bot. Peri-implantaire mucositis (65,4%) en peri-implantitis (16,1%) werden vaak gezien. De scores met betrekking tot de patiënttevredenheid en mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven waren positief. Deze langetermijnresultaten laten zien dat een behandeling met implantaten een voorspelbare en veilige behandeloptie is voor patiënten met ernstige hypodontie. Peri-implantaire mucositis en peri-implantitis komen helaas wel veel voor.

4 Wat is de conclusie van uw onderzoek?

Geconcludeerd kan worden dat een prothetische constructie op implantaten een goede behandeloptie is voor patiënten met ernstige hypodontie. In regio’s waar botaugmentatie uitgevoerd is, voorafgaand of tijdens het implanteren, is zowel de kans op verlies van peri-implantair bot als de kans op verlies van een implantaat verhoogd. Omdat de prevalentie van peri-implantaire mucositis en peri-implantitis vrij hoog is en kronen en bruggen relatief vaak vervangen moeten worden, is strikte en regelmatige implantologische nazorg erg belangrijk.

5 Wat heeft u echt verrast tijdens uw onderzoek?

De prevalentie van ernstige hypodontie (≥ 6 agenesieën; verstandskiezen niet meegerekend) wordt geschat op 0,14%. Ernstige hypodontie komt dus niet veel voor en daarnaast is de uitingsvorm voor iedere patiënt uniek. Het gevolg is dat het erg lastig is om kwalitatief goede gerandomiseerde klinische studies op te zetten.

Tijdens mijn promotietraject kwam ik er achter dat onderzoek doen bij populaties met een zeldzame ‘afwijking’, zoals ernstige hypodontie, erg lastig kan zijn. Voor mijn onderzoek was ik grotendeels afhankelijk van retrospectieve data en voor de prospectieve studies lukte het niet om grote patiëntengroepen te includeren. Ondanks dat het hierdoor lastiger is om harde conclusies te trekken, blijft het een erg interessant onderwerp en zat voor mij hier ook de uitdaging in.

6 Met welke uitkomst van uw onderzoek kan een algemeen practicus vooral zijn voordeel doen?

Er is niet per se een uitkomst waar een algemeen practicus zijn voordeel mee kan doen. Bij het lezen van mijn proefschrift zal echter wel duidelijk worden dat de behandeling van patiënten met ernstige hypodontie erg complex is en daarom een multi- en interdisciplinaire aanpak vergt. Om die reden is het verstandig om een patiënt met ernstige hypodontie te verwijzen naar een centrum waar nauwe samenwerking tussen tandarts, kaakchirurg/implantoloog en orthodontist gerealiseerd kan worden.

 

PROFIEL

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0167-2/MediaObjects/12496_2018_167_Fig2_HTML.jpg
  • Naam: Marieke Filius
  • Studie Tandheelkunde: Rijksuniversiteit Groningen, 2013.
  • Proefschrift: Implant treatment for patients with severe hypodontia.
  • Promotiedatum: 4 juli 2018, Rijksuniversiteit Groningen.
  • Promotoren: prof. dr. A. Vissink, prof. dr. G.M. Raghoebar en prof. dr. M.S. Cune.
  • Copromotor: dr. A. Visser.
  • Motivatie: Implantologie is een behandeling die veel toegepast wordt bij patiënten met ernstige hypodontie. Bij deze patiënten is meestal sprake van beperkt botvolume en dit maakt de behandeling complex en uitdagend. Eerdere studies beschreven de implantaat-overleving bij patiënten met (ernstige) hypodontie. Dit ging echter om studies met een korte follow-
  • up en/of kleine onderzoekspopulaties. In het UMCG is in de afgelopen 25 jaar een grote groep patiënten met ernstige hypodontie behandeld met implantaten. Deze gegevens konden we voor mijn onderzoek gebruiken.
  • Toekomstplannen: Momenteel werk als algemeen practicus in Ureterp. Daarnaast werk ik nog een halve dag in de week in het ziekenhuis van Drachten (Nij Smellinghe) waar ik OSAS-patiënten behandel met MRA’s.
  • Ik hoop binnenkort hiervoor mijn accreditatie te behalen. In februari 2019 ga ik met de Dutch Dental Care Foundation mee naar Kenia om daar tandheelkundige zorg te verlenen op scholen.
Dit artikel is verschenen in TandartsPraktijk nr. 10, 2018.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.