De intake van kinderen

In veel praktijken komen families al jaren. Kinderen komen van jongs af aan met de ouders mee. Bijzonderheden binnen een gezin zijn bij zorgverleners bekend en de tandarts is op de hoogte van veranderingen op het sociale of medische vlak. Maar in de huidige tijd, waarin kinderen uitvliegen, er andere praktijkvormen komen en onze patiënten steeds kritischer worden ten aanzien van zorg, is een lange relatie met één tandarts niet meer vanzelfsprekend. Ook u zult nieuwe kinderen in de praktijk krijgen van wie u weinig weet. Een medische vragenlijst wordt vrijwel standaard afgenomen, maar wat zou u nog meer van een kind moeten weten om te komen tot een goede relatie en succesvolle behandeling?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

De maatschappij verandert, evenals de samenstelling van de bevolking en die van het gezin. Gezinnen met kinderen verhuizen vaker. Mensen zijn mondiger en kritischer. Decennialang waren er vrijwel alleen maar tandartsen met een eenmanspraktijk. Families waren hun tandartsen trouw. Van sommige generaties kwamen de patiënten in dezelfde tandartspraktijk. De tandarts wist veel van (de geschiedenis van) zijn patiënten. Daar kwam echter mede door de komst van meermanspraktijken verandering in. Taakherschikking: tandartsen met verschillende specialismen naast mondhygiënisten en preventie-assistenten onder één dak, met voor de patiënt niet altijd meer contact met de vertrouwde zorgverlener. Een veel gehoorde opmerking: ‘Ik had nu weer een andere tandarts’. Uit onderzoek blijkt dat patiënten graag een vaste zorgverlener hebben. Voor (jonge) kinderen is het voor het opbouwen van een vertrouwensband met de behandelaar helemaal belangrijk steeds hetzelfde gezicht te zien.

Het is goed dat jonge kinderen naar de tandarts gaan. Dit bevordert niet alleen een gezonde ontwikkeling van het gebit, maar voorkomt ook angst op latere leeftijd. Daarom wordt aangeraden een kind al vóór de tweede verjaardag mee te nemen naar de tandarts. De meeste kinderen gaan trouwens ieder half jaar voor controle met de ouders mee, ‘mondje open, mondje dicht’ (afbeelding 1). Bij anderen loopt het anders en is continuïteit van tandartsbezoek ver te zoeken. Maar waarom? Als het om een slechte (tandarts)ervaring gaat is het verstandig deze te achterhalen. Belangrijk is daarbij te weten hoe een eerdere tandheelkundige behandeling is verlopen. Hoe kan je dit een volgende keer voorkomen? En bovenal: wat ging er wél goed?

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig1_HTML.jpg
Afb. 1 Snelle controle

 

Maakt het iets uit als een kind van een jaar of 6 nog nooit eerder naar de tandarts is geweest? Jazeker, het zegt iets over de betrokkenheid van de ouder(s) in relatie tot de mondgezondheid van een kind. Wat is de reden van uitgesteld tandartsbezoek? Is het onwetendheid, nalatigheid of is er andere (medische) problematiek waardoor bezoek niet eerder heeft plaatsgevonden? Hierbij kan je denken aan frequente hospitalisatie, of wellicht is de ouder zo bang voor de tandarts dat deze zelf ook nooit gaat. Kortom: het delen van eerdere ervaringen van ouders en kind geeft een zorgverlener inzicht in factoren die een rol kunnen spelen bij een behandeling.

Eerste consult

Wanneer een kind nieuw in de praktijk komt, is zijn/haar eerste indruk vaak bepalend voor een vertrouwensrelatie. Veel factoren spelen daarbij een rol, zoals de houding en het taalgebruik van de tandarts, dat op de leeftijd en het begripsniveau van het kind moet zijn afgestemd. Maar wat moet je weten van en vertellen aan kind en ouder om een goed inzicht te krijgen teneinde tot een goede zorgrelatie te komen? Waaraan moet je daarbij, afhankelijk van de setting waarin zo’n eerste contact met het kind plaatsvindt, denken? Gaat het om een kennismaking in combinatie met een periodiek mondonderzoek bij een ouder, bij een moeilijke behandeling van de ouder waarbij het kind in de kamer aanwezig is, of gaat het om een aparte afspraak waarbij alle aandacht en tijd naar het kind uitgaat? Hoewel het handig c.q. efficiënt lijkt zo’n combinatie-afspraak te maken voor zorg aan ouder en kind tegelijk, blijkt tijdwinst soms contraproductief. Kinderen zien of horen soms iets wat in hun beleving verwarring, angst of ongewenste gedachten oproept. Aan deze negatieve ervaring moet In een volgende afspraak dan zelfs nog meer tijd en aandacht worden besteed.

Ervan uitgaande dat een ouder de afspraak heeft gemaakt voor een eerste consult voor een kind, is het eerste belangrijke de kennismaking. De vraag is overigens: wie voert zo’n eerste gesprek. Ben je dat zelf als tandarts, of doet iemand anders de kennismaking? En wat vind je dat je van een kind moet weten om een goed beeld te krijgen?

Vertel wie je bent en wat voor functie je hebt. Regelmatig komt het voor dat een mondhygiënist/preventie-assistent een kind voor de eerste keer ziet, waarbij de ouder in de veronderstelling is met een tandarts te maken te hebben. Dat geeft niet alleen verwarring, maar schept ook een andere verwachting. Er is overigens een richtlijn die zegt dat het in de praktijk voor iedereen zichtbaar moet zijn wie we voor ons hebben.

Een naambadge op de kleding of een grote poster met foto’s van het tandheelkundig team kunnen meteen zorgen voor duidelijkheid. Zorg voor een welkome sfeer door goede verbale en non-verbale communicatie. Let op je stemvolume, je intonatie en je snelheid van praten, en bovenal: luister. Een verwelkoming als: ‘Wat fijn dat jullie er zijn’ voelt altijd goed. Hoewel een open deur: wees vriendelijk, geef een hand en maak oogcontact (afbeelding 2). Als dat voor een kind moeilijk is, zijn er maar weinig kinderen die je niet aankijken bij de opmerking: ‘Mag ik je mooie ogen even zien?’ Kinderen zijn overigens zeer gevoelig voor complimentjes! (Met een opmerking naar de ouder als: ‘Wilt u volgende keer wel op tijd zijn’, is de toon helaas al gezet.) Een rondleiding door de wachtkamer en het aanwijzen van de wc stelt vervolgens gerust.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig2_HTML.jpg
Afb. 2 Oogcontact: Wat zegt deze blik?

 

Als je tijdens een gesprek tegenover elkaar zit, leun dan wat naar voren en wees empathisch. Achteroverleunen en armen over elkaar zijn vormen van non-verbale communicatie die een open houding in de weg staan. Achter een bureau zitten met je rug naar ouder en kind is dodelijk. Als je dat zelf een keer bij een zorgverlener hebt meegemaakt, weet je direct waarom dat ongewenst is. Richt je bij het gesprek zowel tot de ouder als tot het kind. Dit is natuurlijk wel afhankelijk van de leeftijd en het functioneren van het kind. In sommige ^ gevallen, bijvoorbeeld als kinderen geen leeftijdsadequaat gedrag vertonen of als het om (hele) jonge kinderen gaat, heeft dit weinig zin. Afhankelijk daarvan zal je je woordkeus moeten aanpassen.

Het is van belang aan te geven wat het doel van het eerste bezoek is. In de praktijk komt het nogal eens voor dat een ouder een totaal andere verwachting heeft van een eerste bezoek dan de zorgverlener. Gaat het om een kennismaking, een controle, het restaureren van een gaatje, het verhelpen van een pijnklacht? (Afbeelding 3) Sommige ouders hebben een hele hoge en niet-reële verwachting bij een eerste bezoek: ‘Ik dacht dat die gaatjes nu wel allemaal gevuld konden worden. Ik had de balieassistente toch gezegd dat mijn zoontje gaatjes had?’ ‘Ik wil dat er met biologisch vulmateriaal gewerkt wordt.’ Leg de verwachting vast en als je daar niet aan kunt voldoen, bespreek dit dan ook direct. In sommige gevallen is het beter dan geen behandelrelatie aan te gaan en gewoon eerlijk te zijn en te zeggen dat je iets niet kan of wil doen. Verwijzen naar een collega is vaak een betere oplossing. Overigens: als je de verwachting van een ouder goed documenteert, kan deze informatie helpen tijdens de voortgang van een proces. Het zal niet de eerste keer zijn dat bij een vervolgafspraak een ouder intussen een andere mening is toegedaan. Realiseer je dat als een verwachting niet uitkomt, dit kan resulteren in teleurstelling, verwarring, onzekerheid, maar ook in angst.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig3_HTML.jpg
Afb. 3 Pijnklacht

 

Als één ouder meekomt is het goed in het achterhoofd te houden dat ouders soms niet met elkaar op één lijn zitten. Leg daarom ook vast met wie het kennismakingsgesprek heeft plaatsgevonden. Het is overigens ook goed om bij ieder verder contact met een ouder een notitie te maken met wie dat was. In de praktijk komt het ook nog weleens voor dat iemand anders met het kind meekomt, zoals een ander familielid, opa of oma, oudere broer of zus, of een goede kennis. Bij een oudere vader overkomt het ons zeker wel een keer dat we het hebben over ‘je opa’ in plaats van ‘je vader’. In het geval van bijzondere gezinssituaties, bijvoorbeeld gescheiden ouders, ouders van hetzelfde/veranderde geslacht is het ook belangrijk te noteren wie de zeggenschap over het kind heeft.

Om een gesprek structuur te geven is het handig voor jezelf een indeling te maken met vragen die je belangrijk vindt. Een medische anamnese hoort daar zeker bij voor het medische inzicht om problemen bij een behandeling te voorkomen. De vraag is: stuur je daarvoor ouders van tevoren een standaardformulier toe dat ze thuis in kunnen invullen en bespreek je dat in bijzijn van ouder en kind, of stel je de vragen in de praktijk? Of neem je de anamnese af in de behandelkamer? Hoewel het afnemen van een anamnese tijd kost, staat daar wel tegenover dat je direct aanvullende vragen kan stellen. Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat je de antwoorden bekijkt, notities maakt van de bijzonderheden en je het document bij het dossier voegt. Het is toch voor de opbouw van een goede (behandel)relatie met het kind handig om meer van hem/haar te weten en daardoor ook een betere inschatting te kunnen maken van de medewerking? En observeer het kind eens bij zo’n intakegesprek: hoe is zijn/haar gedrag?

Medische anamnese

De meeste kinderen zijn gelukkig gezond, maar toch is het goed te weten of er bij het kind in je stoel medische bijzonderheden zijn. De meest anamneses zijn bestemd voor volwassen patiënten en minder geschikt voor kinderen. Het is daarom handiger een aantal basisvragen te stellen en als daar bijzonderheden uitkomen over te gaan op een uitgebreidere anamnese. In een aantal gevallen zal het opvragen van medische gegevens bij specialisten noodzakelijk zijn. Houd hierbij de nieuwe regels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in de gaten! Op de vraag: ‘Is je kind gezond?’ is het antwoord meestal: ‘Ja’. Maar bij de vraag of er medische bijzonderheden zijn, kunnen er toch (eerdere) gezondheidsproblemen naar voren komen, of is er wellicht sprake van gedragsproblematiek in relatie tot PDD-NOS, ASS, hypersensitiviteit, e.d. Zijn er bijzonderheden aan hart, longen, nieren, lever? Zijn er bijzonderheden met het bloed of stollingsproblemen? Is het kind ergens allergisch voor? En zoja, is er in geval van nood een EpiPen (afbeelding 4) nodig? Heeft de ouder die voor het kind altijd bij zich? Worden er thans medicijnen gebruikt of was dat in het verleden het geval? Het zijn basisvragen die snel duidelijkheid geven. Ook zijn er basisvragen die je kan stellen specifiek in relatie tot een regelmatig geziene glazuurontwikkelingsstoornis met hypoplasieën (afbeelding 5), zoals vragen over KNO-problemen, geboorteproblematiek, uitdroging of diarree. Daarnaast kunnen er ook nog vragen worden gesteld over de geestelijke gezondheidszorg of de thuissituaties in relatie tot GGZ of maatschappelijk werk.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig4_HTML.jpg
Afb. 4 EpiPen
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig5_HTML.jpg
Afb. 5 Hypoplasie als gevolg van ontwikkelingsstoornis

Heden

De reden dat een ouder met een kind naar de tandarts komt, kan velerlei zijn. De meesten komen gewoon voor een controle. Inventariseer eens hoe de moeder denkt over het gebit van haar kind. Is het gaaf, zijn er caviteiten of hebben we te maken met pijnklachten? Komt de verwachting van de ouder overeen met wat je als zorgverlener ziet? Gaat de ouder zelf ook naar de tandarts en hoe is die ervaring? Ook is het handig te vragen of ouders verwachten dat een behandeling bij het kind goed zal gaan. Het antwoord op deze vraag kan inzicht geven in het karakter van het kind of hoe eerdere ervaringen geweest zijn en waar je extra aandacht aan kan schenken bij een volgende behandeling. Hebben we te maken met een angstig kind? Is het kind aansturing gewend? Luistert het kind naar de ouder als het wat gevraagd wordt?

In sommige gevallen vindt het eerste bezoek plaats naar aanleiding van een trauma. Dat geeft meestal een hele andere situatie en vraagt om empathie en geruststelling. Zolang de situatie niet onder controle is en verdriet en emotie overheersen, laat dan eerst alles tot rust komen alvorens met welke behandeling dan ook te beginnen. Een beetje TLC (tender loving care) doet vaak wonderen.

Toekomst

Om duidelijkheid te scheppen en te zorgen dat behandelaar en ouder en kind op één lijn zitten, is het handig nog de volgende zaken te bespreken. Wat verwacht de ouder van de zorg en van het team, en zijn er aandachtspunten waardoor een tandheelkundige behandeling beter kan verlopen? Ouders geven meestal wel aan dat ze uitleg tijdens de behandeling prettig vinden. Maar het kan natuurlijk ook dat ouders zeggen dat ze uitleg aan het kind tijdens een behandeling ongewenst vinden. ‘Het kost alleen maar tijd’, is soms de onderliggende gedachte. Dat uitleg tijd kost is zeker een feit, maar voor eigenlijk alle kinderen geldt: wees voorspelbaar, zeg wat je doet en doe wat je zegt. Vertrouwen moet je opbouwen en uitleg helpt daarbij! ‘Zijn er ook dingen, die je niet wil?’ is meestal een vraag waar een kind goed antwoord op kan geven. Een antwoord als ‘niet boren en geen pijn doen’ is een trigger om meer informatie los te krijgen. ‘Oh? Heb je dan eerder iets vervelends meegemaakt?’ is daarop een reactie die belangrijk is om valkuilen te vermijden en te zorgen dat een kind een prettige(r) ervaring krijgt.

En dan is er natuurlijk ook nog de vraag: ‘Moet of wil de ouder bij een behandeling aanwezig zijn?’ Hierover zijn de meningen verdeeld en zal iedere tandarts een eigen aanpak hebben. Bespreek dit voorafgaande aan een behandeling en beargumenteer je beslissing. Tijdens een moeilijke behandeling zomaar een ouder de kamer uitsturen zonder tekst en uitleg vraagt om problemen. Wat meestal geen aandacht krijgt, maar ook handig is om te weten, is of de ouder nog wensen of beperkingen heeft in relatie tot tandheelkundige zorg. Dit kan lastig zijn, zeker als je als tandarts een andere mening bent toegedaan: neem bijvoorbeeld het gebruik van fluoride. Een ouder die tegen de toepassing van fluoride is maar een kind heeft met een mond vol ontkalkingen: wat moet je dan? Als dit soort onderwerpen pas later aan de orde komen kan een tijdig gesprek hierover veel discussie voorkomen. Geef ook aan wat je als zorgverlener van een ouder verwacht. Ouders hebben net zo goed een zorgplicht en mogen de problemen in het gebit niet bij de tandarts neerleggen. Zeker in het kader van de NRC (niet-restauratieve caviteitsbehandeling) (afbeelding 6), waarbij met goede begeleiding en poetsen thuis in combinatie met fluoride gewerkt wordt aan het stabiliseren van het cariësproces, zijn gemotiveerde ouders onmisbaar. En wat te denken van de ouders die voor een behandeling onder narcose komen of voor een verwijzing daarvoor, omdat het zonder narcose allemaal zo zielig is!

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig6_HTML.jpg
Afb. 6 Non restorative care (NRC)

Sociale omgeving

Veel onderwerpen in een kennismakingsgesprek gaan vaak over het kind, maar juist sociale aspecten kunnen een mooi bruggetje vormen in het contact met een kind. Bouwen aan vertrouwen!

Zeker nu bijna veertig procent van de huwelijken eindigt in een scheiding, is de kans groot dat we te maken krijgen met tal van gezinsvormen. Als we de vragen ten aanzien van de gezinssituatie veralgemeniseren is de kans kleiner dat we onbedoeld in pijnlijke situaties terechtkomen. ‘Wie wonen er allemaal bij jou thuis?’ geeft meestal een goede indruk. Vanzelf volgt dan ook wel of er nog broertjes en zusjes zijn en of er sprake is van co-ouderschap of nieuwe relaties. Als een gesprek moeilijk verloopt en het kind niet zo spraakzaam is, kan je de ouder erin betrekken. Overigens: grapjes doen het meestal ook wel goed.

Hebben we te maken met een kind dat leeftijdsadequaat reageert op zowel cognitief, sociaal als op emotioneel niveau? ‘Op wat voor school zit je, in welke groep?’ ‘Wat is leuk op school?’ en ‘Speel je ook weleens bij andere kinderen, of zij bij jou?’ ‘Wat voor hobby’s heb je?’ (afbeelding 7) ‘Zit je op sport?’ ‘Waar speel je het liefste mee?’ (Afbeelding 8) Hoewel trends en hypes in de kinderwereld komen en gaan, doe je het altijd goed als je erover mee kan praten. Weet u als zorgverlener wat kinderen nu bezighoudt? Weet u wat squishies zijn? Of de verzamelrage van Teent Ty’s (afbeelding 9)? Lees ook eens een Donald Duck en zie hoe ze daar zelfs inspelen op de actualiteit van het tandartsbezoek (afbeeldingen 10) – en nieuwe legotrends. En als je enkele trefwoorden hebt genoteerd en bij het volgend bezoek aan een kind vraagt naar een van de eerder besproken items, doet dat een eventueel aanwezige spanning snel verminderen.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig7_HTML.jpg
Afb. 7 Hobby: dinosaurussen
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig8_HTML.jpg
Afb. 8 Gamen
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig9_HTML.jpg
Afb. 9a Squishies
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig10_HTML.jpg
Afb. 9b Ty Teeny’s
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig11_HTML.jpg
Afb. 10a-b De actualiteit van Donald Duck

Gedrag

Ieder gezin heeft zijn eigen opvoedstijl en gewoonten. Waar het voor veel gezinnen de normaalste zaak van de wereld is aandacht te besteden aan tandenpoetsen, mondgezondheid en eet- en drinkgedrag, ontbreekt die vanzelfsprekendheid bij anderen. Zeker wanneer je te maken krijgt met kinderen met een verhoogd cariësrisico is het noodzakelijk om te inventariseren waar de risicofactoren liggen om een goed preventief advies te kunnen geven. Hoe vaak en hoe wordt er gepoetst (elektrisch of handmatig, afbeelding 11), wanneer en door wie? Wordt er na het poetsen nog iets gegeten of gedronken? Wordt er fluoridetandpasta gebruikt en ook nog andere reinigingsmiddelen?

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig12_HTML.jpg
Afb. 11Poetsen: handmatig of elektrisch?

Een ander risico vormt het eet- en drinkgedrag. Hebben we te maken met een beperkt aantal consumptiemomenten op een dag of is er sprake van graasgedrag? Wat wordt er zoal gegeten en gedronken? Hebben we te maken met een hoge suikerconsumptie en veel snoep? Hoe wordt er gedronken: uit een fles, beker of met een rietje (afbeelding 12)? Drinken we een beker in korte tijd leeg? Wordt er ‘s nachts ook nog gedronken? Krijgt een kind (nog) borstvoeding, drinkt het nog uit een fles, en slaapt het daarbij in bed bij de ouder? Is het kind een goede of slechte eter? Tal van vragen die een beeld geven of voedingsgedrag een potentieel cariësrisico vormt. En vergeet niet te vragen aan het kind: ‘Wat eet jij het liefst, wat vind jij de lekkerste snoep?’ (Afbeelding 13)

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig13_HTML.jpg
Afb. 12 Drinkgedrag
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig14_HTML.jpg
Afb. 13 Een ijsje kan niet groot genoeg zijn!

Als je kinderen tijdens een intakegesprek observeert en naar hen luister, zijn er zeker een aantal bij wie je een openmondrelatie waarneemt en/of een interdentale tongpositie hoort. Zuiggewoonten en slikgedrag in relatie tot logopedie/ orthodontie zullen aandacht moeten krijgen (afbeelding 14), maar is zeker niet bij een intake iets om uitgebreid op in te gaan, tenzij ouders natuurlijk juist komen voor ‘rechte tanden’ of het afleren van duimen.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-018-0095-1/MediaObjects/12496_2018_95_Fig15_HTML.jpg
Afb. 14 Open beet

 

Iedere tandarts heeft z’n eigen stijl en visie wat betreft communicatie en behandelen, dat is maar goed ook. Echter: een eerste indruk maak je maar één keer. Contact maken met kinderen is voor de een ‘n hele opgave en voor de ander een fluitje van een cent. Verplaats je eens in een kind. Hoe zou jij benaderd willen worden als je nog een kind zou zijn? Zeker hoef je niet bij ieder kind eindeloos vragen te stellen en weet je meestal al snel wat voor vlees je in de kuip hebt, vooral als de ouders al langer bij je onder behandeling zijn. Maar pas op: stel je geen vragen en ga je ervan uit dat alles goed is, dan bestaat de kans dat je informatie mist die later toch van essentieel belang blijkt om tot een succesvolle behandeling te komen. Vragen stellen aan kinderen: antwoorden kunnen hilarisch en ontwapend zijn en zorgen voor een lach op je gezicht! En vraag eens: ‘Heb jij nog een leuke vraag voor mij? Wat wil je van mij weten?’

Dit artikel is verschenen in TandartsPraktijk nr. 6, 2018.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.