Tandglazuur is het hardste weefsel van het menselijk lichaam, maar kent één belangrijk nadeel: eenmaal verloren komt het niet vanzelf terug. Huidige behandelingen, zoals fluoridelakken en remineraliserende producten, kunnen verdere schade beperken, maar herstellen verloren glazuur niet volledig. Britse onderzoekers ontwikkelden een eiwitgel die de natuurlijke processen nabootst waarmee tandglazuur zich tijdens de ontwikkeling van het gebit vormt. Na applicatie vormt de gel een dunne laag die kleine defecten, poriën en scheurtjes in het glazuur opvult. Vervolgens gebruikt het materiaal calcium- en fosfaationen uit het speeksel om nieuwe mineraalkristallen te laten groeien. Volgens de onderzoekers groeien deze kristallen in dezelfde richting als het bestaande tandglazuur. Daardoor ontstaat geen losse oppervlaktelaag, maar een structuur die geïntegreerd raakt met het onderliggende tandweefsel. Dit proces staat bekend als epitaxiale mineralisatie.
Gevoelige tanden
Naast toepassing bij vroege glazuurerosie zien de onderzoekers mogelijkheden voor de behandeling van dentine-overgevoeligheid. Wanneer glazuur verloren gaat of het tandvlees zich terugtrekt, kan dentine bloot komen te liggen. De gel blijkt ook op dentine een glazuurachtige mineraallaag te kunnen vormen. Dat zou niet alleen gevoeligheidsklachten kunnen verminderen, maar mogelijk ook de hechting van restauratieve materialen verbeteren.
Klinische studies
Laboratoriumonderzoek liet zien dat op gedemineraliseerde menselijke tanden binnen twee weken nieuwe glazuurkristallen konden ontstaan. De onderzoekers rapporteerden dat deze laag zich onder gesimuleerde omstandigheden vergelijkbaar gedroeg met natuurlijk glazuur bij blootstelling aan kauwkrachten, poetsen en zuren. Via de spin-off Mintech-Bio wordt nu gewerkt aan verdere ontwikkeling van de technologie. Volgens recente berichten zijn in 2026 klinische onderzoeken bij mensen gestart om de veiligheid, effectiviteit en duurzaamheid van de behandeling onder praktijkomstandigheden te beoordelen.
Geen alternatief voor restauraties
De onderzoekers temperen de verwachtingen wel enigszins. De nieuw gevormde laag is relatief dun in vergelijking met de totale dikte van tandglazuur. Daardoor lijkt de technologie vooral geschikt voor vroege erosie, initiële cariëslaesies en gevoeligheidsproblemen, en niet voor uitgebreide caviteiten die een restauratieve behandeling vereisen. Toch zou de ontwikkeling op termijn een belangrijke verschuiving kunnen betekenen. Waar tandheelkundige zorg nu vooral gericht is op het herstellen of vervangen van verloren tandweefsel, opent deze technologie de deur naar biologische regeneratie van glazuur.
Verder lezen? Bekijk hier de publicatie in Science Daily of ga naar de website van de universiteit van Nottingham

