Een condoleancebrief met een staartje | Column Isaäc van der Waal

"Wat schetst mijn verbazing om enkele maanden later van het Klachtenbureau van mijn ziekenhuis te horen dat zij van de echtgenoot van de overleden patiënte een klachtbrief over mij hadden ontvangen."

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Wanneer ik thuis een overlijdensbericht ontvang, stuur ik altijd een condoleance aan de nabestaanden. Dit doe ik niet alleen bij een in stilte uitgevoerde begrafenis of crematie, maar ook wanneer ik de afscheidsbijeenkomst heb bijgewoond en dan meestal de nabestaanden al heb gesproken. Het lukt mij namelijk niet altijd om tijdens de persoonlijke condoleance de goede woorden te vinden. Schriftelijk lukt mij dat nu eenmaal beter. Overigens vind ik niets vervelender dan af te zien van een reactie op een overlijdensbericht en vervolgens op enig moment de nabestaanden te ontmoeten en mij daarbij mompelend te moeten verontschuldigen er nog niet toe te zijn gekomen om iets te laten horen.

De aard en omvang van de condoleancebrief zijn natuurlijk afhankelijk van verschillende factoren. Bij een overlijden in de privésfeer zijn de omstandigheden anders dan wanneer het een patiënt betreft.
In alle gevallen probeer ik te voorkomen dat mijn condoleancebrief als clichématig overkomt. In dit verband vind ik ook het uitspreken van ‘gecondoleerd’ niet erg persoonlijk. Afgaande op de reacties van de nabestaanden lijk ik er in de meeste gevallen in te slagen om mijn gevoelens op gepaste wijze aan hen over te brengen. Ik herinner mij echter een uitzondering.

In mijn werk in het ziekenhuis kreeg ik te maken met een patiënte met kanker. Op enig moment sprak patiënte de voorkeur uit, zonder expliciete vermelding van de reden, zich in een ander ziekenhuis te willen laten behandelen. Begrijpelijkerwijs ging door overgang naar een ander ziekenhuis het contact met haar en haar echtgenoot min of meer verloren.

Enige jaren later las ik in de krant, dat patiënte was overleden, vrijwel zeker aan de gevolgen van de eerder behandelde kanker. Vooral omdat ik naar mijn gevoel dacht met haar en haar echtgenoot in het verleden altijd een goed, persoonlijk contact te hebben gehad, achteraf vermoedelijk toch minder goed dan ik zelf veronderstelde, gelet op het niet persoonlijk ontvangen hebben van het overlijdensbericht, heb ik vrijwel per omgaande een bericht van medeleven aan haar echtgenoot gestuurd.

Wat schetst mijn verbazing om enkele maanden later van het Klachtenbureau van mijn ziekenhuis te horen dat zij van de echtgenoot van de overleden patiënte een klachtbrief over mij hadden ontvangen. De klacht behelsde dat mijn brief tekort was geweest en ook dat het woord ‘condoleance’ daarin ontbrak. Hoewel ik begrijp dat Klachtenbureaus erop gebrand zijn om in conflictsituaties een bemiddelende rol te spelen ten einde een formele juridische procedure te voorkomen, heb ik hun voorstel om een gesprek met de klager te arrangeren van de hand gewezen. Nu, vele jaren later, sta ik daar nog steeds achter.

 

Prof. dr. Isaäc van der Waal (1943) is ruim 45 jaar als kaakchirurg/oraal patholoog verbonden geweest aan het VU medisch centrum/Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam. In deze rubriek doet hij verslag van zijn ervaringen op de meest uiteenlopende gebieden.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.