Bureau kalker-congres: ‘restaureren 2018’

Wilt u in contact blijven met dat waarmee u uw eigen behandelingen kunt verbeteren? U had op 2 februari jl. in de Amsterdamse RAI zomaar bijgeschaafd kunnen worden.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

De halfwaardetijd van kennis, kunde, materialen en toepassingen in de tandheelkunde mag worden gesteld op zo’n jaar of tien. Goeroes van net na de eeuwwisseling (en ervoor) zijn naar de achtergrond verdwenen. Zeldzaam zijn nu de referenties aan grootmeesters van weleer, zoals La Rivière, Pameijer, De Kloet. Nieuwe ankers als Gresnigt, Smeekens, Moolenaar bepalen nu het beeld. Expertise gaat almaar korter mee. Wil je in contact blijven met dat waarmee je je eigen behandelingen kunt verbeteren, dan is congresbezoek zeer aan te bevelen. U had op 2 februari jl. in de Amsterdamse RAI zomaar bijgeschaafd kunnen worden door:

Sjoerd Smeekens over klemmen en knarsen. Dat inzicht in de vorm van kauwvlakken bepalend kan zijn. Hoe vlakker hoe meer risico op schadelijk malen. Dat het ontbreken van front- en hoektandgeleiding altijd een cruciale factor is in het ontstaan van bruxschade en/of dysfunctieklachten. Dat de dwangmatige wringafwijking veroorzaakt kan worden door een stijlstand van de bovenincisieven die een storende bewegingsbeperking veroorzaakt. U had mee kunnen krijgen welke behandelopties voor de hand liggend zijn om een nodige reconstructie kans van slagen te geven. Stapsgewijs naar een zo fraai mogelijk stabiele situatie met of zonder direct en indirect gemaakte restauraties, preparatievormen en hechttechnieken had ook in uw te raadplegen persoonlijke handboekje kunnen komen te staan.

Marco Gresnigt bood een tweetrapsvoorstelling. Hij begon met wat hij een progressief behandelconcept noemt. Met als uitgangspunt de gestelde behandeldoelen die rekening houden met wijze, aard en omvang van patiëntbenadering (hoe wordt u zelf graag behandeld?), minimaliseren van weefselafname (voor kroon tot 3x meer dan voor partiële vervanging), stapsgewijze aanpak (eerst extern bleken en dan pas aanbrengen restauratie in bijpassende kleur). U had kunnen leren dat twee weken wachten met plakken na bleken de hechting ten goede komt. Dat gebruik van de drietrapsraket etsen, primen en bonden van de net geprepareerde stomp, de hechting opmerkelijk verbetert. Dat even een beetje langs de outline uitharden van composietcement, maar bij voorkeur te gebruiken verwarmd (50 °C) composiet, vóór verwijderen van de overmaat sterk nadelig is voor de afsluiting van die outline.

Martijn Moolenaar Kent u ook het dilemma bij het voorstellen van de keuze conventionele brug versus kroon op implantaat? U had de overwegingen op een rijtje kunnen krijgen. Over risico-analyse, zicht op mogelijk esthetisch en functioneel resultaat, prognoses. Zelfs over simpele vervangingen zoals een plakbrug had u de ogen geopend kunnen krijgen over hoe en waarom veelal de levensduur baat kan hebben bij uitvoering van maar één vleugel in plaats van de bijna automatisch gekozen twee. Duidelijk had het ook u kunnen worden dat het omslijpen voor een brugpijler een niet minder dan zestien (16!)- maal grotere kans op falen van die pijler oplevert. En als bonus had u mee kunnen krijgen dat het misschien zinvol is om uw lab te vragen welk type zirkoonoxide ze gebruiken. Want de verschillen zijn aanzienlijk. Prettan (ZirkoZ) 1200 MPa / Katana ML+HT (Noritake) 1125 MPa / Lava plus (Espe) 1100 MPa/ Zolid HT (Amann G) 1100 MPa. Dat is toch echt andere koek dan Katana UTML met maar 557 MPa.

En dan had u ook nog mee kunnen krijgen dat de facto niets behoorlijk hecht aan welk zirkoonoxide dan ook. Dat als u zo’n vleugeltje van die in zirkoonoxide uitgevoerde etsbrug vastgezet wilt krijgen, u dat vleugeltje aan de plakkant van een laagje porselein zult moeten laten voorzien.

Javier Tapia Guadix Ook nog jammer is het als u de heerlijk heldere voordracht van Guadix hebt gemist. Zijn manier van werken met composiet noemt hij de ‘Bioemulatiemethode’. Deels gebaseerd op een verhelderende kijk op ‘kleureffecten’ bij composietrestauraties waar transparantie en opaciteit een belangrijke rol kunnen spelen. Hoe de welwillende tandarts zichzelf al op het verkeerde been kan zetten door het zich niet realiseren dat de Vitakleurring al dateert van 1956! – de tijd van de bakelieten telefoontoestellen, de IBM harde schijf met 5 MB. Een rij kleurstalen die allemaal, van B1 tot en met A4,5, een volkomen identieke opaciteit tonen. Met verrassende gevolgen van dien.

Kortom. Voor de oude meesters kunt u nog naar De Hermitage aan de Amstel, maar voor de nieuwe zult u echt moeten participeren in wat congresorganisatoren zoals Bureau Kalker u met regelmaat aanbieden. (Michel Walvis)

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.