De patiënt bezocht de tandarts in december 2025 meerdere keren vanwege pijn linksonder in de kaak. Bij het eerste bezoek op 5 december waren bij intra-orale inspectie en onderzoek van de weke delen geen bijzonderheden zichtbaar. Wel werd een bitewingfoto gemaakt. Een dag later liet de patiënt per e-mail weten dat de pijn inmiddels zo hevig was dat zij nauwelijks kon slapen en niet meer aan de betreffende zijde kon kauwen. Op 8 december werd zij opnieuw gezien en werd een röntgenfoto van de betreffende kies gemaakt. De tandarts stelde een ontsteking rond de wortels vast en besprak twee mogelijkheden: een wortelkanaalbehandeling of extractie. De patiënt koos voor een wortelkanaalbehandeling. Omdat de wortelkanalen moeilijk volledig te bepalen waren en de kies gevoelig bleef, werd de behandeling meerdere malen voortgezet en kreeg de patiënt tweemaal antibiotica voorgeschreven. Op haar verzoek werd zij bovendien verwezen naar een endodontoloog. Vanwege de wachttijd van ongeveer tien weken besloot zij de behandeling bij haar eigen tandarts voort te zetten.
Uiteindelijk toch extractie
Tijdens de behandeling op 23 december ontstond discussie over een mogelijke fractuurlijn in de kies. De tandarts onderzocht de kies met een microscoop. Uiteindelijk werd in overleg met de patiënt besloten de kies te verwijderen. Na de extractie kreeg de patiënt uitleg over de nazorg en over mogelijkheden om de ontstane ruimte eventueel op te vullen. De patiënt vond achteraf dat de tandarts nalatig was geweest. Zij stelde onder meer dat de tandarts onvoldoende onderzoek had gedaan, niet tijdig een wortelfoto had gemaakt en een mogelijke scheur niet had gezien. Ook vond zij dat onvoldoende alternatieven voor extractie waren besproken en dat haar hevige pijnklachten niet serieus waren genomen. Daarnaast stelde zij dat zij structureel onvoldoende informatie had gekregen en dat het patiëntendossier niet overeenkwam met wat daadwerkelijk was besproken.
Lastig
Het tuchtcollege ziet in de behandeling echter geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Dat een tandarts niet direct kan vaststellen hoeveel wortelkanalen een grote kies heeft, is volgens het college op zichzelf niet verwijtbaar. Een molaar kan drie of vier kanalen hebben en het kan lastig zijn om deze allemaal te traceren. Ook het ontbreken van een specifieke wortelfoto bij het eerste bezoek vindt het college verdedigbaar. De tandarts had op 5 december al een bitewingfoto gemaakt. Daarop waren geen grote caviteiten of restauraties te zien die direct aanleiding gaven om aan een wortelkanaalbehandeling te denken. Ook de pijnklachten zijn volgens het college voldoende serieus genomen. Nadat de patiënt haar ernstige pijn per e-mail had gemeld, werd zij op de eerstvolgende werkdag opnieuw gezien en werd aanvullend röntgenonderzoek verricht. Het college wijst er bovendien op dat een ontstoken zenuw weliswaar zeer veel pijn kan veroorzaken, maar dat een dergelijke kies niet altijd goed te verdoven is. Goede voorlichting en pijnmedicatie zijn dan belangrijk. De tandarts heeft volgens het college in deze situatie voldoende uitleg gegeven en antibiotica voorgeschreven.
Goede verslaglegging
Ook over de informatieverstrekking en dossiervoering is het tuchtcollege positief. Uit het dossier kon volgens het college voldoende worden afgeleid wat tijdens de verschillende consulten was besproken en welke behandelingen waren uitgevoerd. De tandarts had bovendien steeds gereageerd wanneer de patiënt vragen stelde. De uitspraak onderstreept daarmee het belang van goede communicatie én adequate dossiervoering wanneer een behandeling vanwege aanhoudende klachten meerdere stappen doorloopt. In deze zaak kon het dossier volgens het tuchtcollege voldoende inzicht geven in de gemaakte afwegingen en de keuzes die samen met de patiënt waren gemaakt. Lees hier de zaak en de volledige uitspraak.

