Uitgebreide omschrijving van de taken van de PTBC vindt u in de beschikking van het NZa of uw tarievenboekje. Een belofte die niet wordt waargemaakt.
U zult er niet kunnen vinden hoe deze commissie totstandkomt. Op grond waarvan de leden geacht worden een bindend advies te kunnen geven, blijft een goed bewaard geheim.
Of, en zo ja hoe deze commissie haar beslissingen onderbouwt en zonodig daarover
verantwoording aflegt, blijkt niet voor vermelding in de ‘uitgebreide omschrijving’
in aanmerking te komen. Een afschrift van een beslissing sturen aan het NZa waar
het gaat om incidentele gevallen en het NZa vragen om op grond van een advies
aan een ‘nieuwe’ verrichting een tarief te plakken, is al wat er wel vermeld wordt.
En in het jaarverslag van de NMT zult u ook tevergeefs zoeken naar informatie
over de PTBC.
Homo sapiens non urinat in ventum
De plicht tot opgewektheid is voor mij niet gemakkelijk te vervullen. Zeker niet
wanneer, in mijn beleving ten - minste, de schijn gewekt wordt dat op grond van
wat ik ervaar als een basaal fout geloof, regelgevers zich denken te kunnen veroorloven
maatregelen te treffen zonder deze op enigerlei wijze te hoeven motiveren. Het
hoe en waarom van de beslissingen achterhouden, lijkt uitsluitend te dienen om
aanmerkingen te ontlopen en zich te onttrekken aan wat met een groot woord ‘democratie’
genoemd mag worden. Voor de zittende PTBC’ers kan het ook wel zo verstandig zijn
om elk commentaar weg te wimpelen en verder te negeren, want anders is het niet
uitgesloten dat weinig anders dan een pakketje misverstanden en foutieve interpretaties
ten grondslag blijkt te liggen aan genomen besluiten.
Ter illustratie: Mei 2007. Gebruik operatiemicroscoop (E86)
Wanneer code E86 in rekening wordt gebracht, mogen niet in dezelfde zitting codes uit andere hoofdstukken in rekening worden gebracht, met uitzondering van de codes C84 tot en met C87 en de hoofdstukken Röntgendiagnostiek en Anesthesie.
Dus geen retentiestift, vulling, kroon van plastisch materiaal (V), geen endokroon, opbouw van plastisch materiaal, opnieuw vastzetten van een gegoten restauratie, tijdelijke voorziening (R).
Een eerder in TP weergegeven aanmerking op een besluit van de PTBC, over sealen in combinatie met een composietrestauratie, werd met vileine reacties uit de PTBC-hoek beantwoord. Gericht aan de schrijver persoonlijk en daar door niet bruikbaar om de lezers van TP deelgenoot te maken van de daaruit sprekende hoogmoed en geëtaleerd gebrek aan professioneel inzicht. Een poging om de PTBC een wel in TP te plaatsen reactie te laten schrijven botste op een wand van stilzwijgen. Verder dan het voorstel om eens samen om de tafel te gaan zitten (achterkamertjesoverleg?) is het niet gekomen. Het heeft er veel van weg dat de PTBC meent dat doodzwijgen effectief zal blijken te zijn om eigen gelijk te onttrekken aan enige vorm van inspectie. Het beantwoorden van een simpele vraag ‘Waarom?’ blijkt al een brug te ver. Al helemaal wanneer daarmee het ‘instituut’ UPT ter discussie wordt gesteld.
Het geheim van Hollywood
Het succes van speelfilms blijkt afhankelijk te zijn van een gouden succesformule
(H+PR=P5). Paul Ruven en Merian Batavier deden er onderzoek naar en tonen aan
dat scriptschrijvers en regisseurs een relatief simpele stapeling moe - ten hanteren
om ons waardering voor hun product te doen ervaren. In vijf stappen, zoals ook
bij de klassieke tragedie, naar de ontknoping. Vier keer moet de opdracht van
de ‘held’ faliekant mislukken, maar in het laatste part, waarin het weer helemaal
fout dreigt te gaan, doet zich dan toch nog de ommekeer voor en (climax) slaagt
de missie. Deze succesformule is mogelijk ook de aangewezen weg om de PTBC om
te vormen van een mistig beleidsinstrument tot een commissie die zich bezighoudt
met aard en inhoud van de UPT-lijst op een manier die leidt tot breed gedragen
acceptatie. Omdat het niet komt uit een koker waarvoor een dictator zich niet
zou schamen, maar gericht is op een open dialoog met de professie. Want alleen
wanneer de verantwoording voor bepaalde keuzen geheel gebaseerd blijkt op het
schragen van een professionele benadering van verrichtingen en bijbehorende vergoedingen,
zal de PTBC bijdragen aan de gewenste uitstraling van vakbekwaamheid en fatsoen.
Het domweg menen dat de UPT-lijst vooral dient om het grove uitkleden van patiënten
te verhinderen, is dan gedoemd om met een Hoogervorstvingertje in de keel afgewezen
te worden.
Communicatie
Het is niet iedereen (en schrijver van dit epistel zeker niet) gegeven om altijd
goed voor ogen te houden wanneer radicaal taalgebruik gerechtvaardigd is en wanneer
het rap de inhoud van de boodschap in de mist doet verdwijnen omdat het te veel
lijkt op een loze provocatie. ‘Zeggen wat je denkt’ is namelijk snel te beschouwen
als een uiting van emotionele onzin, en laat toe dat de reactie niet uitgaat van
een benutte gelegenheid om maar eens onomwonden te wijzen op wat gezien wordt
als een te gemakkelijk geaccepteerde misstand. Al te scherp geformuleerde kritiek
leidt er gemakkelijk toe dat de voorloper en/of baanbreker kan worden weggezet
als extremistische utopist. Omdat een stoffer soms beter werkt dan een bezem om
een andere blik te bieden op wat onontkoombaar lijkt, kan enige voorzichtigheid
in formulering hopelijk bijdragen aan wat ervaren wordt als een gepaste benadering
en biedt het anderen een perspectief waarop een inhoudelijke reactie wel als zinvol
wordt ervaren.
Alternatief
De UPT-lijst dient te functioneren als een richtlijn. Patiënten, verzekeraars,
behandelaars, de politiek en rechters kunnen de lijst gebruiken ter oriëntatie.
Patiënten kunnen afwegen of ze bereid zijn meer of minder te betalen voor wat
ze kopen. Gelijk wanneer ze een aanschaf overwegen en daarbij zelf bepalen welke
mate van luxe ze een welkome aanvulling vinden. Zeeman of de PC Hooftstraat. Een
Japanner, Koreaan of een Italiaan op vier wielen. De snackbar, een stoommaaltijd
van AH, of Vis aan de Schelde. Een verkorte tandboog of endo-opbouw-kroon voor
een verstandskies. Verzekeraars kunnen de UPT-lijst nemen als basis voor dat deel
wat zij voor vergoeding in aanmerking vinden komen. Ze verzekeren niet voor alle
halfjaarlijkse standaarduitgaven, maar wel een bepaald bedrag voor die verrichtingen
die in de lijst genoemd worden. Om te voorkomen dat een minder draagkrachtig deel
van de bevolking geheel uitgesloten raakt van mondverzorging, kan deze, gelijk
huursubsidie en soortgelijke tegemoetkomingen van ‘het Rijk’, voor een bijdrage
in aanmerking komen. Uiteraard op basis van de richtlijn.
Behandelaars kiezen zich een positie in de ‘vrije’ markt en bepalen hun tarieven op grond van wat zij zien als de waarde van het door hen gebodene. Bij klachtenprocedures kan de rechter rekening houden met het geleverde en de al dan niet gehanteerde afwijking van de richtlijn. De politiek kan de richtlijn gebruiken bij het enige dat haar te doen staat, namelijk de consument informeren over prijs/kwaliteit en zorgen voor voldoende goed geschoolde behandelaars (opleidingsfaciliteiten).
De PTBC zorgt ervoor dat de richtlijn de ontwikkelingen in het vakgebied volgt en vermeldt bij elk voorstel tot aanpassing op grond waarvan dat advies tot stand is gekomen. Binnen een bepaalde tijd, bijvoorbeeld twee maanden, kunnen beroepsbeoefenaren en leden van wetenschappelijke verenigingen reageren op de voorstellen. Zonodig past de PTBC dan haar voorstel aan en verantwoordt haar keuze. Alle correspondentie in zake voorstellen, reacties en daaruit resulterende adviezen aan de NZa zijn voor iedere geïnteresseerde te lezen op de PTBC-website.
Systeemfouten
Het huidige systeem faalt op vele fronten. Denk bijvoorbeeld aan de praktijklocatie.
Op geen enkele manier is rekening gehouden met het verschil in prijs per vierkante
meter. Ook de loonkosten, toch erg gebonden aan regio’s, spelen geen rol. En het
kan toch niet de bedoeling zijn dat alleen Oost-Groningen als vestigingsplaats
verantwoord is. Het UPT schept een cultuur waarin rechtsongelijkheid per definitie
is ingesloten. Het beperkt de mondigheid van de burger. Het maakt enige vorm van
onderscheid bij gelijkblijvende professionaliteit bijkans onmogelijk. Het creëert
een situatie waarin behandelaars te gemakkelijk wettelijk over de schreef kunnen
gaan en, alle goede bedoelingen ten spijt, zich schuldig kunnen maken aan malversaties.
De kwaliteit van het geleverde wordt op geen enkele manier daadwerkelijk getoetst.
Verzekeraars misbruiken hun ‘macht’ uitsluitend om hun kosten te minimaliseren en begeven zich al te gemakkelijk op het terrein waar ze absoluut niet thuishoren: de zorg. Het PTBC snapt niet dat juist de behandelaar die zich als professional met goede kwaliteit zorg wil bezighouden en zich wil kunnen verantwoorden voor elk opgevoerde verrichting, door de UPT-lijst onacceptabel wordt gemangeld. De behandelaar die al op voorhand kiest voor het speels hanteren van de UPT-lijst, loopt zonder enige moeite jaren voor op te bedenken restricties en realiseert zich heel wel dat zoiets als een pakkans verwaarloosbaar klein is. Het is dankzij de creativiteit van velen dat het Uniforme Particuliere Tarief er nog niet toe heeft geleid dat de stelling van De Tocqueville ‘Gelijkheid kweekt middelmaat’, alom zichtbaar is geworden. Wat wel zichtbaar is geworden is wat dezelfde Alexis de Tocqueville opmerkte over de almachtige Staat: ‘Ze strekt haar handen uit naar de samenleving, bedekt deze met een netwerk van futiele, gecompliceerde, minutieuze en uniforme regels, waardoorheen zelfs de scherpzinnigsten en krachtigsten zich geen weg weten te banen. Ze breekt de wil niet, maar verzacht, buigt en leidt.’
Normbesef ondermijnend
Voor economen is het nog relatief nieuw, maar psychologen zijn er al lang mee
bekend: intrinsieke motivatie. Deze bestaat uit psychologische variabelen, zoals
normbesef, vertrouwen, naastenliefde, interesse, en zelfs patriottisme. Een externe
prikkel kan de plaats van de intrinsieke motivatie innemen en daarmee het sociaal
wenselijke gedrag doen afnemen. Joël van der Weele en Rick van der Ploeg schrijven
in Vrij Nederland van 3 maart 2007 daar - over een zeer lezenswaardige bijdrage
onder de titel: ‘De wortel, de stok, en de ondergang van het fatsoen’. Ze geven
in hun artikel verschillende voorbeelden die bij oppervlakkige lezing misschien
niets van doen lijken te hebben met het UPT en de PTBC, maar voor de lezer die
niet huiverig is om zaken in een wat breder perspectief te plaatsen, zijn ze aansprekend
te noemen.
Bijvoorbeeld een experiment bij kinderdagverblijven. Omdat nogal wat ouders hun kinderen te laat kwamen ophalen, werd hiervoor een boetebepaling ingevoerd. Het resultaat was dat nóg meer ouders nóg later hun kinderen kwamen ophalen. Vreemd voor wie niet denkt dat calculerende burgers fatsoen tot een zaak van berekening maken. Immers door de boete te betalen werd de aflaat gekocht. Hetzelfde fenomeen bleek significant bij de invoering van hondenbelasting. De gedachte was dat de hondenpoepoverlast sterk kon worden verminderd door het inzetten van de opbrengst van die belasting: de poepzuiger kon daarmee worden ingevoerd. Voorbij werd daarbij gegaan aan het feit dat ook hondenbezitters veelal een schone straat op prijs stellen. Ze voelen zich ook niet echt senang wanneer hun huisdier midden op het trottoir in de hurkzit aan ontlasten gaat zitten doen. Maar na de invoering van de hondenbelasting bleek dat de vervuiling aanzienlijk toenam. De hondenbezitter had het idee dat er nu betaald werd voor het opruimen en dat het daarom niet meer zo nodig was om voor de hond een discreet plekje op te zoeken, of zelf het opruimwerk te doen.
De eigen motivatie van veel mensen om hun bijdrage aan de maatschappij te leveren, is gebaseerd op het idee dat anderen hetzelfde doen. Wie ervan overtuigd is dat veel anderen regels aan hun laars lappen, de belasting ontduiken en het niet zo nauw nemen met de Algemene bepalingen behorende bij de Tarievenlijst tandartsen, is zelf ook veel meer geneigd om daarin mee te gaan. Niemand wil de enige sukkel zijn die belasting betaalt, strikt volgens de regeltjes leeft, niet creatief declareert en daarmee ‘zichzelf te kort doet’.
Het vertrouwen wordt vrij snel ondermijnd door strenge regels omdat ze een signaal geven dat deze strenge regels blijkbaar nodig zijn omdat anderen zich er niet aan houden. En zeker wanneer de pakkans dan minimaal is, kan de mentaliteit de overhand krijgen die ingeeft dat alleen domoren zich aan de regels houden.
Fatsoen is niet iets waartoe mensen gedwongen kunnen worden. Fatsoen ontstaat in een sfeer van vertrouwen. Excessieve regelgeving ontneemt mensen de kans om aan vertrouwen te werken.
Toch is het niet zo dat prikkels en straffen niet ook positief kunnen bijdragen aan het vertrouwen tussen burgers. Als het idee bestaat dat belastingontduikers, uitkeringsfraudeurs en corrupte ambtenaren altijd maar vrijuit gaan, neemt de bereidheid om wél positief bij te dragen natuurlijk ook sterk af. Maar bij regel- en strafbeleid moet wel extreem duidelijk gemaakt worden dat het gaat om een absolute minderheid die zich aan de fatsoensnormen onttrekt.
Als tandartsen een te groot deel van hun tijd moeten besteden aan het uitpluizen van de tarievenlijst om hun inspanningen op een redelijk niveau gehonoreerd te krijgen, draagt dat niet bij aan de arbeidsvreugde en neemt de aandacht voor de patiënt af. De aandacht gaat dan meer en meer uit naar winstgevende activiteiten (tanden bleken?) en dat kan al snel ten koste gaan van de kwaliteit. Sterker nog: een extra negatief aspect in de zorgsector blijkt te zijn dat zorgverleners nogal gemakkelijk doorschieten in het hanteren van dbc’s en tarievenlijsten. De zorgverlener ziet meer mogelijkheden om onwetende patiënten een extra pootje uit te draaien.
De ondermijning van intrinsieke motivatie door overdreven of, erger nog, domme regelgeving, kan er al te gemakkelijk toe leiden dat professionals taken die niet meetbaar zijn en niet worden beloond, zullen verwaarlozen. Ook goedbedoelde maatregelen die lijken in te spelen op het gevoel van afnemend vertrouwen, kunnen het tegendeel van het beoogde totstandbrengen. Want te snel haalt het de verantwoordelijkheid en eigen motivatie van mensen onderuit en vervangt deze door maatschappelijk ongewenste calculatie.
Waar intrinsieke motivatie een rol speelt, moet men mensen de ruimte, het goede voorbeeld en de mogelijkheid tot het tonen van vertrouwen geven.
Reageer (al 2 reacties)
Wilt u ook reageren op dit artikel? Registreer en login!
-
beekmans @ woensdag 11 juli
Ik sluit me helemaal aan bij de visie van walvis, het wordt ook hoognodig dat er werkelijk iets aan gedaan wordt.NMT en ANT blijken niet bij machte. Wellicht een andere eigenwijzere en daadkrachtigere, moediger gezelschap kan hier iets aan veranderen,
HansBeekmans
-
Jan-Albert Haverkamp @ donderdag 12 juli
Dank aan collega Walvis voor deze analyse. Blijf vooral "zeggen wat je denkt"en de "plicht tot opgewektheid"vervullen, ook als de NZa de beroepsgroep nog meer in de (extractie?)tang zal nemen.
Stuur Door
Print